Wees gegroet, Wijsheid voorbij alle wijsheid, Die zonder grenzen bent, aan alle denken voorbij.
Jouw ledematen zijn ongerept en vrij
en ongerept zijn zij die Jou ervaren.
*
Wees gegroet, ondoorgrondelijke Stilte, die door niets wordt gehinderd,
als de eindeloosheid van het universum.
Iedereen die Jou waarachtig zo beleeft
raakt daarmee tevens aan de Boeddha's.
Wees gegroet, Volheid van alle goedheid en deugd.
Zoals het maanlicht een is met de lichtende maan, zo ben Jij een met de ontwaakten,
met hen die hier op aarde van Jou getuigen.
Wees' gegroet, Toevlucht voor hen die uit Groot Mededogen leven
en vanuit mededogen over de Boeddha-Dhamma spreken.
Door Jou, o Grootsheid aan alle grootsheid voorbij,
zal hun compassie altijd zegevieren.
*
Wees gegroet, Jij maakt dat al wie naar Jou opziet in zuiverheid van hart en in oprechtheid,
zeker zijn mag van volkomen bevrijding.
Hoe levengevend en hoe vruchtbaar!
Wees gegroet. Voor allen die vol moed en groot van hart zijn en het heil van anderen beogen
ben Jij een Moeder die tot leven baart,
en voeden blijft en steeds in liefde koestert.
*
Wees gegroet. Allen die van Jou getuigen,
alle Boeddha's in heel de wereld,
zijn Jouw kinderen vol mededogen.
Zo ben Jij, Gezegende, Oermoeder van alles wat bestaat.
Wees gegroet, Jij die van eeuwigheid tot eeuwigheid door Jouw volmaakte pure werking
wordt omcirkeld, zoals de nieuwe maan omringd wordt door miljarden sterren,
Smetteloze, Heilige en Ene.
*
Wees gegroet. Allen die ontwaakt zijn hebben Jou steeds bezongen,
uit mededogen met wie verlangt naar licht,
alsof Jij duizend vormen hebt en duizend namen.
En toch ben Jij in die veelvuldigheid de Ene.
Wees gegroet. Alle hersenspinsels lossen op, zodra we hebben mogen raken aan Jou,
zoals druppels dauw verdwijnen,
zodra zonnestralen ze verwarmen.
*
Wees gegroet, Jij die ons slechts dan vreeswekkend lijkt, als wij in onwetendheid verstrikt zijn.
Want in de wijsheid en de zekerheid des harten verschijn Jij steeds als Liefde, als genade schenkend.
Wees gegroet, Moeder en Oergrond van al wat is.
Als wij niet gedragen worden door liefde juist tot Jou, zal ons omgaan met de tienduizend dingen
gevangen blijven in het web van begeerte en afkeer.
*
Wees gegroet, Jij die van nergens bent gekomen
en die ook nergens naar op weg bent.
Zelfs de allerwijsten onder de mensen
hebben Jouw woonplaats nooit kunnen bepalen.
Wees gegroet. Zolang wij niet proberen Jou te vatten raken we daardoor juist aan Jou
en wordt de diepste vrijheid bereikt.
Hoe wonderbaarlijk en hoe ontzagwekkend!
*
Wees gegroet. Wie Jou ziet is nog gebonden. Maar wie Jou niet ziet is dat evenzeer.
En ook is waar dat wie Jou ziet bevrijd is, doch wie Jou niet ziet is dat eveneens.
Wees gegroet, bodem loosheid en lichtvol mysterie. Hoe moeilijk is het Jou waarachtig te herkennen.
Als in luchtspiegelingen word Jij waargenomen.
En toch word Jij dan niet aanschouwd.
*
Wees gegroet, Bron van het eeuwige verlangen waarnaar Boeddha's en hun volgelingen zoeken.
Jij bent de Weg en de Poort naar verlossing.
Jij bent de Ene die alle wegen omvat.
Wees gegroet. Zij die de verlossing van de wereld ter harte nemen spreken in zulke woorden over Jou,
dat iedereen het kan verstaan in eigen taal en teken.
En toch, toch spreken zij dan nimmer over Jou.
*
Wees gegroet. Wie is in staat Jou werkelijk te loven? Jij die gelaatloos bent en beeldloos,
Jij die alle taal volledig overstijgt,
Jij die volstrekt door niets wordt gedragen.
Wees gegroet. In gebruikelijke woorden en talen
word Jij door ons voortdurend aanbeden.
Toch blijft al die lofzang ontoereikend.
Maar niettemin wordt zo de vrede in het hart gevonden. *
Wees gegroet. Moge deze hymne aan Prajna-paramita door de 'overdracht van verdiensten' bewerken,
dat heel de wereld zal zijn toegewijd aan Jou,
O, Wijsheid voorbij alle wijsheid.