Alberto Caeiro De hoeder van kudden, XXIV

 

Wat wij zien van de dingen zijn de dingen.

Waarom zouden wij het één zien als er iets anders was?

Waarom zouden zien en horen ons vergissen zijn

Als zien en horen zien en horen zijn?

 

Essentieel is kunnen zien,

Kunnen zien zonder te denken,

Kunnen zien wanneer men ziet,

En niet denken wanneer men ziet

Noch zien wanneer men denkt.

 

Maar dat (wee ons, met onze aangeklede zielen!),

Dat vereist diepgaande studie,

Eist een leerschool in verlering

En opsluiting in de vrijheid van dat klooster

Waarvan dichters zeggen dat de sterren de eeuwige nonnen zijn

En de bloemen de overtuigde boetelingen van één dag,

Maar waar uiteindelijk de sterren niets dan sterren zijn

En de bloemen niets dan bloemen,

Reden waarom wij ze sterren en bloemen noemen.

 

(8?.3.1914)

Maria Vasalis

Ik trek mij terug en wacht.

Dit is de tijd die niet verloren gaat:

iedere minuut zet zich in toekomst om.

Ik ben een oceaan van wachten,

waterdun omhuld door 't ogenblik.

Zuigend eb van het gemoed,

dat de minuten trekt en dat de vloed

diep in zijn duisternis bereidt.

 

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

Dorothee Sölle, De Zee

Als ik heel stil ben

kan ik vanuit mijn bed

de zee horen ruisen

Maar het is niet genoeg

heel stil te zijn

ik moet ook mijn gedachten

van het land terugtrekken

 

Het is niet genoeg

de gedachten van het

vasteland terug te trekken

ik moet ook het ademen

aan het ritme van de zee aanpassen

omdat ik bij het inademen

minder hoor

 

Het is niet genoeg

de adem aan het ritme van de zee aan te passen

ik moet ook handen en voeten

hun ongeduld afnemen

 

Het is niet genoeg

handen en voeten te kalmeren

ik moet ook de beelden over mezelf weggeven

 

Het is niet genoeg de beelden weg te geven

ik moet ook het moeten loslaten

 

Het is niet genoeg het moeten los te laten

zolang ik het ik niet verlaat

 

Het is niet genoeg het ik los te laten

ik leer vallen

 

Het is niet genoeg te vallen

maar terwijl ik val

en mij ontval

houd ik op

de zee te zoeken

omdat de zee nu

van de kust naar boven

mijn kamer binnengekomen

en overal om mij heen is

 

Als ik heel stil ben

Georges Seferis

Het spijt mij dat ik een brede rivier

Door mijn vingers liet glijden

Zonder een druppel te drinken.

Nu verga ik op een steen.

Een kleine pijnboom in de rode aarde,

Is mijn enig gezelschap.

Wat ik minde, ging verloren met de huizen

Die verleden zomer nieuw waren

En die in puin vielen bij de herfstwind.

Rutger Kopland, Verder

INu we weten dat we verdwaald zijn

blijft ons alleen deze plek.

 

Regen, tot aan de horizon regen

en een zee van grijs-groene heuvels

golven van bos na bos.

 

II

Onze kaarten hebben we achtergelaten,

ergens, niet boos, niet weemoedig:

 

ze vertelden ons wat we al wisten,

waar we vandaan kwamen.

Niet waar we waren.

 

III

Op het punt nu van verder te gaan

en niet weten hoe, niet weten

 

van het geritsel, de geuren, het duister

onder de bomen, het geschreeuw

in de verte, de verdwijnende

sporen, niet weten

wat het betekent.

 

IV

Onze gezichten zijn koud en strak,

glad van de regen, alsof we huilen.

 

Het is geen huilen, het zijn alleen

regen en huid.

 

V

Grijs-groene golven van bos na bos,

daarin zullen we verdwijnen.

 

Daaruit zullen we terugkeren,

maar dat zullen wij niet meer zijn.

 

Wie dat zijn weet niemand.

Adrienne Rich, Prospective immigrants

Let op

Of je zult

door deze deur gaan

of je zult er niet doorheen gaan.

 

Als je erdoor gaat

is er altijd het risico

om je je naam te herinneren.

Dingen kijken dubbel naar je en je moet terugkijken en ze laten gebeuren.

 

Als je er niet doorheen gaat, is het mogelijk

om waardig te leven

om je overtuigingen te behouden, om je positie te handhaven

om moedig te sterven

maar veel zal je verblinden, veel zal aan je ontsnappen,

tegen welke kosten wie zal het zeggen?

 

De deur zelf maakt geen beloftes. Het is alleen een deur.

Maria Postletwaite, Verdwaald

 

Probeer niet om de hele wereld te bedienen

of iets groots te doen.

In plaats daarvan, creëer

een open plek

in het dichte bos

van jouw leven

en wacht daar

geduldig,

tot het lied

dat alleen van jou is om te zingen

in je geopende handen valt

en je het herkent en begroet.

Pas dan zul je weten

hoe je jezelf kunt geven

aan de wereld

die het zo waard is

gered te worden.

Derek Mahon, Alles wacht op jou

Je grootste fout is om het drama te spelen

alsof je alleen bent. Alsof het leven

een voortdurende en sluwe misdaad is

zonder dat iemand getuige is van de kleine verborgen

overtredingen. Je verlaten voelen is de intimiteit

van je omgeving ontkennen. Zeker,

zelfs jij hebt soms de grootsheid gevoeld;

de toenemende aanwezigheid en het koor dat

je solo-stem overstemt. Je moet opmerken

hoe de zeepbak je kracht schenkt,

of hoe het raamslot je vrijheid geeft.

Oplettendheid is de verborgen discipline van vertrouwdheid.

De trappen zijn je mentor voor wat nog komt,

de deuren zijn er altijd geweest

om je bang te maken en uit te nodigen,

en de kleine luidspreker in de telefoon

is jouw droomladder naar goddelijkheid.

Leg af de last van je eenzaamheid en meng je in het

gesprek. De waterkoker zingt

zelfs terwijl het je een drankje inschenkt, de kookpotten

hebben hun arrogante afstandelijkheid achtergelaten en

eindelijk het goede in jou gezien. Alle vogels

en wezens van de wereld zijn onuitsprekelijk

zichzelf. Alles wacht op jou.

Alle ware geloften

Alle ware geloften

zijn geheime geloften

degenen die we hardop uitspreken

zijn degene die we breken.

 

Er is maar één leven

dat je je eigen kunt noemen

en duizend anderen

die je bij elke gewenste naam kunt noemen.

 

Hou vast aan de waarheid die je elke dag creëert

met je eigen lichaam,

wend je gezicht niet af.

 

Houd vast aan je eigen waarheid

in het centrum van het beeld

waarmee je bent geboren.

 

Degenen die hun lotsbestemming niet begrijpen

zullen nooit begrijpen

de vrienden die ze hebben gemaakt

noch het werk dat ze hebben gekozen

 

noch het ene leven dat wacht

voorbij alle anderen.

 

Bij het meer in het bos

in de schaduwen

kun je

die waarheid fluisteren

tegen de stille weerspiegeling

die je in het water ziet.

 

Wat je ook hoort van

het water, onthoud,

het wil dat je

het geluid van zijn waarheid op je lippen draagt.

 

Onthoud,

op deze plek

kan niemand je horen

 

en uit de stilte

kun je een belofte doen

die je zal doden als je ze breekt,

 

op die manier zul je ontdekken

wat echt is en wat niet.

 

Ik weet wat ik zeg.

De tijd leek me bijna in de steek te laten

en ik keek opnieuw.

 

Toen ik mijn reflectie zag

verbrak ik een belofte

en sprak

voor het eerst na al die jaren

 

met mijn eigen stem,

 

voordat het te laat was

om mijn gezicht weer af te wenden.

Mary Oliver, Wanneer de dood komt

Wanneer de dood komt

 

Wanneer de dood komt

als de hongerige beer in de herfst;

wanneer de dood komt en alle heldere munten uit zijn portemonnee neemt

 

om mij te kopen en dan zijn portemonnee dichtklapt;

wanneer de dood komt

als de mazelen

 

wanneer de dood komt

als een ijsberg tussen de schouderbladen,

 

wil ik door de deur stappen vol nieuwsgierigheid, me afvragend:

hoe zal het zijn, dat huisje van duisternis?

 

En daarom beschouw ik alles

als een broederschap en een zusterschap,

en ik zie tijd als slechts een idee,

en ik beschouw eeuwigheid als een andere mogelijkheid,

 

en ik denk aan elk leven als een bloem, zo gewoon

als een veldmadeliefje, en tegelijkertijd uniek,

 

en elke naam een vertrouwde muziek in de mond,

die, zoals alle muziek, naar stilte toe beweegt,

 

en elk lichaam een leeuw van moed, en iets

kostbaars voor de aarde.

 

Als het voorbij is, wil ik kunnen zeggen dat ik mijn hele leven

een bruid was, getrouwd met verbazing.

Ik was de bruidegom, die de wereld in zijn armen nam.

 

Als het voorbij is, wil ik niet hoeven te twijfelen

of ik van mijn leven iets bijzonders en echt heb gemaakt.

 

Ik wil mezelf niet zuchtend en bang terugvinden,

of vol van discussie.

 

Ik wil niet enkel

zomaar een bezoeker te zijn geweest van deze wereld

N. Scott Momaday, Het vreugdelied van Tosti-talee

Ik ben een veer in de heldere lucht

Ik ben het blauwe paard dat over de vlakte rent

Ik ben de vis die glanzend in het water rolt

Ik ben de schaduw die een kind volgt

Ik ben het avondlicht, de glans van weilanden

Ik ben een adelaar spelend met de wind

Ik ben een tros heldere kralen

Ik ben de verste ster

Ik ben de kilte van de dageraad

Ik ben het bulderen van de regen

Ik ben de glinstering op de korst van de sneeuw

Ik ben het lange spoor van de maan in een meer

Ik ben een vlam in vier kleuren

Ik ben een hert dat wegdraait in de schemering

Ik ben een veld van sumak en pomme blanche

Ik ben een vlucht van ganzen in de winterlucht

Ik ben de honger van een jonge wolf

Ik ben de volledige droom van deze dingen

 

Zie je, ik ben levend, ik ben levend

Ik sta in goede verhouding tot de aarde

Ik sta in goede verhouding tot de goden

Ik sta in goede verhouding tot al wat mooi is

Ik sta in goede verhouding tot de dochter van Tsen-tainte

Zie je, ik leef, ik leef

 

Leonard Cohen, Ballad of The Running Mare

Say a prayer for the cowboy

His mare's run away

And he'll walk till he finds her

His darling, his stray

But the river's in flood

And the roads are awash

And the bridges break up

In the panic of loss.

 

And there's nothing to follow

There's nowhere to go

She's gone like the summer

Gone like the snow

And the crickets are breaking

His heart with their song

As the day caves in

And the night is all wrong

 

Did he dream, was it she

Who went galloping past

And bent down the fern

Broke open the grass

And printed the mud with

The iron and the gold

That he nailed to her feet

When he was the lord

 

And although she goes grazing

A minute away

He tracks her all night

He tracks her all day

Oh blind to her presence

Except to compare

His injury here

With her punishment there

 

Then at home on a branch

In the highest tree

A songbird sings out

So suddenly

Ah the sun is warm

And the soft winds ride

Oh the willow trees

By the river side

 

Oh the world is sweet

The world is wide

And she's there where

The light and the darkness divide

And the steam's coming off her

She's huge and she's shy

And she steps on the moon

When she paws at the sky

 

And she comes to his hand

But she's not really tame

She longs to be lost

He longs for the same

And she'll bolt and she'll plunge

Through the first open pass

To roll and to feed

In the sweet mountain grass

 

Or she'll make a break

For the high plateau

Where there's nothing above

And there's nothing below

And it's time for the burden

It's time for the whip

Will she walk through the flame

Can he shoot from the hip

 

So he binds himself

To the galloping mare

And she binds herself

To the rider there

And there is no space

But there's left and right

And there is no time

But there's day and night

 

And he leans on her neck

And he whispers low

"Whither thou goest

I will go"

And they turn as one

And they head for the plain

No need for the whip

Ah, no need for the rein

 

Now the clasp of this union

Who fastens it tight?

Who snaps it asunder

The very next night

Some say the rider

Some say the mare

Or that love's like the smoke

Beyond all repair

 

But my darling says

"Leonard, just let it go by

That old silhouette

On the great western sky"

So I pick out a tune

And they move right along

And they're gone like the smoke

And they're gone like this song

David Wagoner, Verdwaald

Sta stil. De bomen voor je en de struiken naast je

Zijn niet verdwaald. Waar je ook bent, heet het Hier,

En je moet het behandelen als een machtige vreemdeling,

Je moet toestemming vragen om het te kennen en gekend te worden.

Het bos ademt. Luister. Het antwoordt:

Ik heb deze plek om je heen gemaakt,

Als je ze verlaat, kun je weer terugkomen,

zeggend Hier. Geen twee bomen zijn hetzelfde voor de raaf.

Geen twee takken zijn hetzelfde voor het winterkoninkje.

Als je niet begrijpt wat een boom of struik doet,

Ben je zeker verdwaald. Blijf staan. Het bos weet

Waar je bent. Je moet toelaten dat het je vindt.

Fernando Pessoa, Zij Kwam

Zij kwam, glimlachend, elegant,

De voetstap ongehaast en licht,

En ik, die voel met mijn verstand,

Maakte meteen 't juiste gedicht.

 

Ik spreek daarin niet over haar

Noch ook hoe zij, volwassen kind,

De hoek omsloeg van gindse straat,

Hoek waar de eeuwigheid begint...

 

In het gedicht spreek ik van zee,

Beschrijf de golven en de pijn.

Herlezend zie ik een van twee:

De hoek - ofwel de waterlijn.

 

(14.8.1932)

Rutger Kopland, Park

We wandelden tot aan de oever

van een vijver - daar stonden we

te luisteren en te kijken.

 

We hoorden de geluiden van de stad

maar het was alsof we daarachter

een grote stilte hoorden.

 

We keken in het water en zagen

ver voorbij de kruinen van de bomen

de lege hemel in de diepte.

 

we liepen terug en wisten waar

we voor gekomen waren.

 

R.M. Rilke, Uit Brieven aan een jonge dichter

Men moet de dingen

de eigen stille ongestoorde ontwikkeling laten

die diep van binnen komt;

die door niets

gedwongen of versneld kan worden.

 

Alles in het leven is groeien en vormt zich,

rijpt zoals de boom, die zijn sapstroom niet stuwt

en rustig in de lentestormen staat,

zonder de angst dat er straks geen zomer kan komen.

Die zomer komt toch!

 

Maar slechts voor de geduldigen

die leven alsof de eeuwigheid voor hen ligt,

zorgeloos stil en wijds.

 

Men moet geduld hebben

voor onopgeloste zaken in ons hart

en proberen de vragen zelf te koesteren als gesloten kamers

en als boeken, die in een zeer vreemde taal geschreven zijn.

Het komt erop aan alles te leven.

Als je de vragen leeft

leef je misschien langzaam maar zeker

zonder het te merken

op een goede dag het antwoord in.