Het gedicht
Met buitengewone krachtsinspanning grijp je de os.
Maar zijn wil is sterk en zijn lijf één en al vastberadendheid.
Soms loopt hij hoog in de bergen in,
andere keren verdwijnt hij in de mist.
In het vorige plaatje zagen we voor het eerst de os of, preciezer, dat machtige achtereinde. De voorkant zagen we niet want de machtige kop, de sterke hoorns en het driftige snuiven van het beest zaten allemaal muurvast in de braamstruiken die zo dicht verstrengeld waren dat ze het dier gevangen hielden. Met enige zin voor poëtische overdrijving stelden we dat machtige achterlijf gelijk met het voor zen zo fundamentele niet-weten. Niet-weten heet voor zen het meest intieme, het meest verbindende ook. Dit niet-weten is waartoe Dogen ons oproept wanneer hij ons als meest praktische raadgeving voor het enkel maar zitten in zazen meegeeft: ‘op te houden met het zoeken naar zinnen en achter woorden aan te jagen. Zet een stap naar achter en keer het licht naar binnen. Je lichaam-geest zal vanzelf wegvallen en je oorspronkelijke gezicht zal verschijnen.’
Is dit een pleidooi voor anti-intellectualisme, voor het ophouden met nadenken, vergelijken, becommentariëren? Daar zou je inderdaad toe kunnen concluderen, foutief weliswaar, maar waar het om gaat is het ophouden met het geloof in een afzonderlijke denker die wij postuleren op basis van die gedachten, een aparte doener die wij postuleren op basis van wat wij doen?
Dogen roept ons op om op te houden met het voeden van die onophoudelijke gedachtenstroom, om op te houden met de idee van een afzonderlijk apart ‘ik’ dat dan de spin in het centrum van het web zou zijn, de denker van onze gedachten, de doener van onze daden, de eigenaar van onze herinneringen, de maker van onze afwegingen, de behoeder van onze keuzes, de bewaker van onze aanwezigheid in de wereld. Al die zaken zijn reëel en zij nodigen ons uit ons ermee te identificeren, maar zij spelen zich af tegen een stille, onbeweeglijke achtergrond die van veel groter belang is maar waar je niets definitiefs over kunt zeggen.
Nogmaals: op de voorgrond van het drama van ons leven klontert een weliswaar ‘ik’ samen maar op de achtergrond is er dat heldere bewustzijn, een spiegel die keuzeloos, oordeelloos alles weerkaatst wat zich zo lawaaierig op de voorgrond afspeelt en alle aandacht monopoliseert. Dogen nodigt ons dringend uit niet langer het drama op de voorgrond te voeden maar aanwezig te zijn bij deze spiegelende achtergrond: duister, intiem, niet-weten.
De echte oefening van zen bestaat erin los te laten, identificaties op te geven, los te laten wat ons meest dienstbaar is, dat idee van een afzonderlijk eigengerechtigd, almachtig ik.. Bij elk van de plaatjes van de os moet je in het achterhoofd houden dat alle plaatjes en de hele achterliggende dynamiek ervan niet allereerst wijzen op het verschijnen van de ware aard maar op het verdwijnen van het ik dat het zicht op ware aard verduistert. De os is aanwezig in slechts de helft van de plaatjes en dan nog vooral als afwezigheid, als tegenstribbelende, ontembare tegenstander. De zoeker daarentegen is aanwezig in 8 van de 10 plaatjes, zij het dat zijn aanwezigheid gaandeweg verandert.
Dogen vat de opdracht van de voortdurende zenbeoefening als volgt samen:
De Weg van de Boeddha gaan is het zelf bestuderen
Het zelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is bevestigd worden door de tienduizend dingen.
Door de tienduizend dingen bevestigd worden
is je eigen lichaam en geest laten wegvallen en ook die van anderen.
Alle sporen van verlichting verdwijnen dan en
die spoorloze verlichting gaat eindeloos door. (Dogen Zenji)
Deze opdracht is wel ongemeen zwaar. Het is een enorme en voortdurende strijd, dit stadium van de reis waarin we ermee beginnen de verstokte gewoonten die we gedurende een leven hebben ontwikkeld, te transformeren om ze af te stemmen op ons vermoeden van ontwaken. Maar waarom is dit zo een moeilijke opdracht?
Beelden uit de mythologie
Het boeddhisme verwijst in dit verband naar eonen van karmische gewoonte. Haat, hebzucht en onwetendheid/arrogantie zijn de belangrijkste motoren van ons denken en handelen maar van deze drie vergiften is de onwetendheid het grootste en zelfs de oorzaak van de andere twee. Het boeddhisme vestigt keer op keer de aandacht op de mate waarin onze geest een puinhoop is, op hoe snel, quasi automatisch en onontkoombaar we reageren vanuit voorkeuren en afkeren, vanuit hebzucht en aversie. Om deze on-wetendheid te doorbreken, vergt een grote, volgehouden inspanning, het werk van levens. De os één ogenblik uit het oog verliezen betekent dat hij hoog de bergen in loopt op zoek naar het begerenswaardige gras op de malse berghellingen of zoek raakt in de mist beneden in het dal. De os kan de smaak van de wereld van conditionering niet vergeten. Het is sterker dan hemzelf. Denk aan wat Paulus zegt: Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik (Romeinen, 7, 19-25).
Over het christendom gesproken. Helemaal aan het begin staat het Boek Genesis dat de zondeval van Adam en Eva beschrijft en de oorzaak ervan ondubbelzinnig aanwijst: zij hebben gegeten van de boom van kennis en daarmee een einde gesteld aan hun paradijselijke onschuld in het omgaan met de dingen, de dieren en uiteraard ook hun Schepper zelf: God had de eerste mensen uitdrukkelijk verboden van de boom van kennis te eten. Zouden zij van de vruchten eten, dan zouden ze sterven, lees: van hun sterfelijkheid bewust worden en daar hun hele leven aan lijden. De slang in het Paradijs vond het allemaal zo een vaart niet lopen en zei dat ze helemaal niet zouden sterven. Integendeel: hun ogen zouden opengaan en zij zouden kennis hebben van goed en kwaad en zijn als goden. De vruchten van de boom van kennis wakkerden steeds meer de begeerte van Eva aan tot ze geen weerstand meer kon bieden en enkele vruchten at en er ook enkele aan Adam gaf. Meteen openbaren zich de kennis en het zelfbewustzijn en realiseren zij zich dat zij onbetamelijk naakt zijn en dat zij zich in de koelte van de avond moeten verbergen voor God. Nog voor een aartsengel hen met vlammend zwaard uit de Hof van Eden verdrijft, zijn zij als het ware in een zelfgekozen ballingschap gegaan, vervuld van schuld en schaamte. Een van de vruchten van de boom van kennis is het weten dat ‘ik’ ben, afzonderlijk van en tegengesteld aan de hele schepping. Meteen voltrekt zich aan hen de verbanning uit het paradijs. De straf van God is niet min: tegen Eva zegt Hij dat hij haar zwangerschap een zware last zou worden en baren hard zwoegen. Dadam zal zwoegen in eht zweet zijns aanschijns: “zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug." De zondeval van dse eerste mensen wordt pas uitgewust door de komst van Jezus die in zijn Bergrede de weg terug naar het Paradijs openbaart:
Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.
(Mattheus, 5)
Een wetenschappelijke blik op onwetendheid
Volgens de recentste bevindingen van de neurologie bestaat gezonde hersenen uit verschillende onderdelen. De belangrijkste zijn:
- Het default mode network (DMN)
- Het central executive network (CEN)
- Het salience network
(bron: medische -psychologie.nl)
Default Mode Network
Het Default Mode Network, oftewel het 'standaardnetwerk,' is een complexe reeks van samenwerkende hersengebieden die actief worden wanneer je niet bezig bent met een specifieke taak. Maar wat gebeurt er nu eigenlijk in het DMN als je je gedachten de vrije loop laat? De cruciale functies zijn:
- Zelfreflectie en Zelfbewustzijn
Het DMN stelt je in staat om jezelf beter te begrijpen. Het is de plek waar je herinneringen ophaalt en nadenkt over je eigen gedrag en ervaringen. Dit aspect van het DMN is essentieel voor de ontwikkeling van zelfbewustzijn en zelfreflectie. Maar hoe valt dit te rijmen met het fundamentele idee van geen-zelf, geen blijvende inhoud voor een afzonderlijk, geïsoleerd zelf.
- Creativiteit en Probleemoplossing
Wanneer je dagdroomt, kan het DMN verrassende verbindingen leggen tussen schijnbaar niet-gerelateerde ideeën. Dit is de bron van creatieve inzichten en innovatieve oplossingen voor problemen. Dus, de volgende keer dat je een briljante ingeving hebt terwijl je in gedachten verzonken bent, kun je het DMN daarvoor bedanken.
- Het Verwerken van Sociale Informatie
Het DMN helpt je ook om anderen beter te begrijpen. Het is begaan met sociale cognitie (nadenken over anderen). Het speelt een rol bij inlevingsvermogen en het identificeren van emoties bij anderen. Bij elke beweging van inlevingsvermogen of empathie of emotionele intelligente is het DMN actief betrokken bij dit proces.
Het Default Mode Network onthult het geheime leven van je brein wanneer je schijnbaar niets doet. Het is verantwoordelijk voor zelfreflectie, creativiteit en het begrijpen van anderen. Het benadrukt het belang van rust en downtime voor een gezond brein. Dus, de volgende keer dat je jezelf betrapt op dagdromen, weet dan dat je brein actief bezig is met het verkennen van nieuwe ideeën en inzichten. Het DMN herinnert ons eraan dat "nietsdoen" niet altijd betekent dat er niets gebeurt; het kan juist het meest vruchtbare terrein zijn voor de groei van onze gedachten. Hoe verzorg je je DMN het best?
Meditatie en Mindfulness
Meditatie en mindfulness-oefeningen kunnen het DMN positief beïnvloeden. Deze praktijken helpen om de activiteit in het DMN te reguleren, wat kan leiden tot een verbeterd gevoel van welzijn en verminderde stress.
Voldoende Slaap
Een goede nachtrust is essentieel voor een optimaal functionerend DMN. Tijdens de slaap wordt het DMN actiever en helpt het bij het consolideren van herinneringen en het verwerken van emoties.
Downtime en Creatieve Bezigheden
Gun jezelf tijd om te dagdromen en creatieve activiteiten te ondernemen. Dit geeft het DMN de ruimte om te floreren en ideeën te genereren.
De central executive brain network (CEN)
Uitvoerende hersenactiviteit is de taak van het externe brein. De externe taakpositieve geest van het CEN is antigecorreleerd met de interne geest van het DMN, die zich richt op reflectieve, taaknegatieve processen. Wanneer het CEN actief is, bijvoorbeeld bij het verwerken van visuele of sensorische input voor taakselectie, is het DMN inactief; omgekeerd, wanneer het DMN wordt geactiveerd, zoals tijdens contemplatie of dagdromen, wordt het CEN gedeactiveerd.
Het Default Mode Network (DMN) verbruikt een aanzienlijk deel van onze hersenactiviteit. Onderzoek toont aan dat het DMN ongeveer 60-80% van het totale energieverbruik van de hersenen voor zijn rekening neemt wanneer we in rust zijn, zonder gerichte taak. Zelfs wanneer we ons bezighouden met een taak, blijft het DMN op de achtergrond actief en schakelt het zich weer volledig in zodra we pauzeren of ontspannen. Dit laat zien dat ons brein in rust niet echt “uit” staat, maar zich vooral richt op interne processen.
Het Salience Network (SN)
Dit laatste netwerk geldt als schakelcentrale die, afhankelijk van de aanwezigheid van externe taken, de energie toewijst aan hetzij het CEN of het DMN
Meditatie heeft beslist invloed op het samenwerken en de balans tussen het Default Mode Network (DMN), het Central Executive Network (CEN) en het Salience Network (SN).
Meditatie beïnvloedt vooral het DMN en helpt bij het reguleren van gedachten en emoties. Ervaren mediteerders vertonen minder DMN-activiteit en hebben een sterker CEN, wat betekent dat ze beter hun aandacht kunnen richten en minder worden afgeleid door spontane gedachten. Meditatie vermindert de DMN-activiteit waardoor dagdromen, zelfreflectie en piekeren verminderen. Een sterkere verbinding tussen het CEN en SN zorgt tijdens het mediteren voor meer focus en een grotere aandacht. Hoe groter de controle over het alle richtingen uitsschietende DMN is dat de gedachten minder afdwalen en de mediteerde meer 'in het moment', meer in the flow' blijft.
Tot zover een geïmproviseerde uitstap van, uiteraard, een compete leek op het domein van de neurologie. Maar je kunt deze moderne bevindingen op zijn minst zien als even zovele aanbevelingen om, conform de raad van Dogen, een stap terug te zetten en het licht naar binnen te schijnen. Wat betekent het, een stap naar achter te zetten? Het is allereerst een uitnodiging om afstand te nemen van onze dagelijkse beslommeringen, van onze agenda’s en conditioneringen, van onze activiteiten en verplichtingen. Want dit zijn allemaal gebeurtenissen op het voorplan van de scene. En daarvoor geldt vaak wat Shakespeare in de mond legt van Macbeth:
Life’s but a walking shadow, a poor player
That struts and frets his hour upon the stage
And then is heard no more. It is a tale
Told by an idiot, full of sound and fury
Signifying nothing.
(Het leven is maar een voorbij wandelende schaduw, een arme acteur
Die doelloos piekert en zich zorgen maakt over zijn tijdje op het podium
En dan verdwijnt zonder een spoor na te laten
Het is een verhaal verteld door een idioot,
Vol lawaai en woede
Niets betekenend.)
Maar ons 'terugtrekken’, ons mediteren betekent meer dan loslaten, meer dan ons terug te trekken uit de drukte, de overbezette agenda en de eindeloze acties met en zonder doel. Het betekent allereerst dat we het onophoudelijke denken achterlaten, met als eerste de onuitgesproken gedachte dat er een ‘ik’ is die denkt, een ‘ik’ die het denken los laat, een ‘ik’ die de scenarist, regisseur en hoofacteur van ons leven zou zijn. Let wel: wilsmatig is het onmogelijk dat het ik zichzelf het zwijgen oplegt. Je kunt alleen de condities scheppen waarop het ik verstilt, waarop gedachten, herinneringen, emoties en beslissingen zomaar verschijnen en ook weer spontaan verdwijnen. Het ‘ik’ doet niets maar verdwijnt als het ware in een spiegel van helder bewustzijn. Het beeld van de spiegel is zen zeer dierbaar. Een spiegel is niet betrokken in de actie, reageert niet, oordeelt niet, beoordeelt niet maar weerspiegelt alleen wat voor de spiegel opdoemt. Wat weer verdwijnt, wordt ook niet vastgehouden, resulteert niet in herinneringen die de spiegel zou waarderen als aangenaam of afstotelijk. Eigenlijk is ons bewustzijn altijd helder en onaangedaan maar door illusoir vast te houden aan wat opkomt in het bewustzijn, realiseren wij een gevoel van zelf. Aandacht is aandacht hebben voor wat verschijnt in de spiegel van helder bewustzijn, daar adequaat naar handelen en het vervolgens te laten verdwijnen. Dat is het vangen van de os als eerste opmaat naar het temmen van de os in het volgende plaatje. Hard werk maar mooi werk en noodzakelijk zoals het gedicht van David Whyte aangeeft dat ik tot slot citeer:
Zoete duisternis
Wanneer je ogen moe zijn
is de wereld ook moe.
Wanneer je visie verdwenen is
kan geen enkel deel van de wereld je vinden.
Tijd om de duisternis in te gaan
waar de nacht ogen heeft
om zichzelf te herkennen.
Daar kun je zeker zijn
dat je niet buiten liefde bent.
De duisternis zal vanavond
je baarmoeder zijn.
De nacht zal je een horizon geven
verder dan je kunt zien.
Je moet één ding leren.
De wereld is gemaakt om vrij in te zijn.
Geef alle andere werelden op
behalve degene waar je bij hoort.
Soms zijn duisternis nodig en de zoete
opsluiting van je eenzaamheid
om te leren
dat alles of iedereen
die jou niet tot leven brengt
te klein voor je zijn.