Zuivere aandacht

Teisho van dinsdag 7 januari 2020
Dirk Willems

Dirk Willems: ‘Ik koos voor een langer citaat van de Amerikaanse auteur en psychotherapeut Mark Epstein (1953) die in zijn therapeutische praktijk en in zijn boeken uitgaat van zowel Boeddha’s inzichten als Sigmund Freuds benadering van trauma. In ‘Gedachten zonder denker. Psychotherapie vanuit boeddhistisch perspectief’ (uitgave Asoka 1997, vertaling van Thoughts without a thinker) verenigt hij de uiteenlopende werelden van boeddhisme en psychotherapie met als verbindend element de ‘zuivere aandacht’ als weg naar bevrijding. Hij beklemtoont daarbij de essentiële psychologische kant van de boeddhistische spirituele ervaring waardoor meditatie allereerst de nadere beschouwing van de alledaagse geest is. Het langere citaat is afkomstig van Hoofdstuk 6. Zuivere aandacht (blz. 118-120)


Zuivere aandacht



Tijdens mijn eerste meditatieretraite, een twee weken durende periode van stille aandacht voor lichaam en geest, stelde ik met verbazing vast dat ik in de eetzaal een kant-en-klaar oordeel had over ieder van de honderd andere meditatoren, op niets an­ders gebaseerd dan hoe ze eruitzagen terwijl ze aten. Instinctief zocht ik uit wie ik mocht en wie niet: ik had over iedereen een opmerking. De ogenschijnlijk simpele taak van het opmerken van de lichamelijke gewaarwordingen van de in- en uitademing had het ongelukkige neveneffect dat het aan het licht bracht hoe weinig ik mijn alledaagse geest onder controle had.

Meditatie is meedogenloos in de manier waarop zij de naak­te waarheid over onze geest van alledag blootlegt. We zijn constant aan het mompelen, mopperen, plannen maken of zitten ons stilletjes te verbazen; we beuren onszelf op, op een balorige manier, met onze eigen stille stemmen. Veel van ons inner­lijke leven wordt gekenmerkt door dit bijna infantiele soort primair procesdenken: 'Ik houd hiervan. Daar houd ik niet van. Zij heeft mij gekwetst. Hoe kan ik dat krijgen. Hoe krijg ik meer hiervan, niet meer daarvan.' Met deze emotioneel getinte gedach­ten proberen we om het lustprincipe in werking te houden. Veel van onze innerlijke dialoog bestaat, eerder dan uit het 'rationele' secundaire proces dat gewoonlijk met het menselijke denken geassocieerd wordt, uit deze constante reactie op wat ervaren wordt door een egocentrische, kinderlijke hoofdrolspeler. Geen van ons is ver boven het niveau uitgekomen van het zeven jaar oude kind dat met argusogen rondkijkt of niemand méér heeft gekregen.
Boeddhistische meditatie neemt deze ongetrainde, alledaagse geest als haar natuurlijke uitgangspunt en zij vereist de ontwikkeling van één bepaalde aandachtshouding - die van naak­te of zuivere aandacht. Zuivere aandacht wordt gedefinieerd als het 'heldere en voortdurende besef van wat er feitelijk met ons en in ons gebeurt op achtereenvolgende waarnemingsmomenten'. Zij pakt deze nog niet onderzochte geest en opent hem, niet door te proberen iets te veranderen maar door de geest, de emoties en het lichaam te observeren in hun natuurlijke toestand. Het is de fundamentele leerstelling van de boed­dhistische psychologie dat dit soort aandacht op zichzelf genezend werkt: dat door de constante toepassing van deze aan­dachtsstrategie alle inzichten van de Boeddha door onszelf ge­realiseerd kunnen worden. Zo mysterieus als de literatuur over meditatie soms lijkt, zo onbegrijpelijk als de koans van de zen­ meester soms klinken, er is maar één onderliggende instructie die cruciaal is voor het boeddhistische denken. Het thema dat alle boeddhistische scholen van Sri Lanka tot Tibet in hun be­nadering verenigt, is dit opmerkelijke gebod: geef van mo­ment tot moment nauwlettende aandacht aan precies dat wat je nu ervaart en maak onderscheid tussen je reacties en de pure zintuiglijke gebeurtenissen. Dit wordt bedoeld met zuivere aandacht: alleen de naakte feiten, een exacte registratie, de din­gen voor zichzelf laten spreken, alsof men ze voor de eerste keer ziet en elke reactie van de centrale gebeurtenis onder­scheiden.

Minder reageren


Het is deze aandachtsstrategie die tijdens het hele meditatieve pad gevolgd wordt. Het is zowel de beginoefening als het culminatiepunt: alleen de objecten van de bewuste aandacht veranderen. Te beginnen met de in- en uitademing, voortgaand met de lichamelijke gewaarwordingen, de gevoelens, de gedachten, het bewustzijn en tenslotte de ik-ervaring, vereist meditatie de
toepassing van zuivere aandacht op steeds subtielere verschijn­selen. Culminerend in een toestand van niet-evaluerende bewuste aandacht, waarin de categorieën van 'observator' en 'dat wat geobserveerd wordt' niet langer gelden, blokkeert zuivere aandacht ten slotte het zelfbewustzijn en maakt daarmee het soort spontaneïteit mogelijk dat sinds lange tijd de psychologisch georiënteerde onderzoekers van oosterse praktijken fascineert. Di is de spontaneïteit die westere psychologen verwarren met het idee van een ware zelf. Vanuit het boeddhistisch gezichtspunt borrelen zulke authentieke handelingen op uit het heldere waarnemen van zuivere aandacht; het is niet nodig daartoe een bemiddelende entiteit te veronderstellen, die ze uitvoert.
De sleutel tot het transformerende potentieel van zuivere aandacht ligt in de bedrieglijk simpele opdracht om onze reacties van de centrale gebeurtenissen zelf te onderscheiden. Hierbij blijkt dat onze alledaagse geest een groot deel van de tijd aan het reageren is. Wij vinden dit vanzelfsprekend, wij zetten er geen vraagtekens bij dat we ons automatisch identificeren met onze reacties en we ervaren onszelf als overgeleverd aan de genade van een vaak vijandige of frustrerende buitenwereld of van een overweldigende of beangstigende binnenwereld. Met zuivere aandacht bewegen we ons van deze automatische identificatie met onze angst of frustratie in de richting van een positie van waaruit de angst of de frustratie worden gadegeslagen, met dezelfde passieloze interesse als al het andere. Door zo een verschuiving kan een enorme vrijheid verworven worden. In plaats van voor moeilijke emoties weg te lopen (of verleidelijke emoties niet volledig mee te identificeren, vanwege de bijkomende aanwezigheid van niet-oordelende bewuste aandacht.