Elke dag is een goede dag

Yunmen leerde: “Ik vraag je niet naar vóór de vijftiende van de maand. Kom, zeg iets over na de vijftiende.” En hij antwoordde zelf: “Elke dag is een goede dag.” (Blue Cliff Record, Case 6).

Wat je voorafgaandelijk moet weten over deze koan:

• de protagonist is de zenmeester Yunmen (864 - 949). Als jonge man was hij al een groot geleerde, een specialist in de monastieke regels die, uiteindelijk toch ontevreden, in de leer wilde gaan bij Mu Zhou. Deze zenmeester/sandalenmaker was een lastig persoon en een strenge leraar. Als er mensen aan de deur kwamen, stuurde hij ze weg – laat me met rust.

Zo kwam ook Yunmen een eerste keer aankloppen aan de deur en mocht niet binnenkomen. Dat deed ie ook een tweede keer. Pas de derde keer opende de leraar de deur een klein stukje en Yunmen stak zijn voet snel tussen de deur. Hij duwde de open en sprong de kamer binnen.

De leraar greep hem vast en vroeg: „Wie is het?” Yunmen: "Ik ben het, [Yunmen] Wenyan.” Muzhou vroeg met aandrang "Waarom blijf je komen?" Yunmen antwoordde: "Ik weet dat niet goed." Muzhou zei: "Volstrekt waardeloos spul!" en duwde Yunmen naar buiten. Yunmen kon zich niet tijdig uit de voeten maken en Mu Zhou sloeg de deur op zijn been dicht, waardoor het brak.

Yunmen werd hierop verlicht maar hij liep de rest van zijn leven wel mank. Later werd hij zelf een belangrijk zenmeester met veel leerlingen. Het verhaaltje over elke dag die een goede dag is, stamt uit een lezing die hij gaf voor zijn leerlingen.

• de vraag: De vijftiende van de maand is de dag van de volle maan, die verlichting symboliseert. Yunmens vraag zou dus als volgt gesteld kunnen worden: ik vraag je niets over de tijd van vóór verlichting, probeer eens iets te zeggen over de tijd van na verlichting.

 

1. Hoe komt een mens tot zen?

 

Ik kwam tot Zen om heroïscher in het leven te staan, meer bestand te zijn tegen het lijden, tegen tegenslag, tegen het gebruikelijke ongerief van het leven … Zen leek me een goede manier om te zorgen voor zelfverbetering, een stoicijnse onverzettelijkheid, een gewapend zijn voor de arrows and slings van het leven, beter gewapend tegen de eenzaamheid, met meer kalmte enz.

Vooral het praten over verlichting sprak me echt aan: die wonderbaarlijke beloften van totale transformatie, van dat alles goed zou komen. Ik denk dat dat het was waar ik echt naar op zoek was. Dat ik oké was, daarvan was ik wel zeker, nu de rest nog, nu het onbetrouwbare leven zelf nog. Want dat leven zelf leek me niet zo te vertrouwen: een hoop gedoe en dan fini, over en uit. Een flinke scheut verlichting zou op zijn minst zorgen voor wat meer licht en lucht, meer zuurstof, meer ruimte, meer antwoorden.

En vermits ik een doener was maar al dat gedoe niet tot veel succes had geleid, kon ik beter de wissel omzetten naar een soort moeiteloos niet-doen. Eindelijk: de verlichting zou me vrij maken van de nood of de behoefte alles naar mijn hand te willen zetten. Mensen zouden me al net zo aardig vinden als ik mezelf vond, een mening waarmee ik blijkbaar alleen stond.

Meditatie en zen zouden mij veranderen, een beter iemand van me maken, iemand die mijn leven in mijn plaats zou leiden en het veel beter zou doen dan ik ooit zou kunnen.

 

2. “Nog altijd hetzelfde oude ik”

35 jaar later moet ik erkennen dat dit een nuttige maar dwaze fantasie was. Ik ben er niet in geslaagd een beter mens te worden, ik ben nog altijd even eenzaam en ik roep nog altijd evenveel contraverse op. Niets geen gelukte magische kunstgreep om anders, beter, geliefder …te worden. Niets geen hocus pocus dat de minder geslaagde delen van mijn leven wegpoetste. Als al die uren, dagen, weken, maanden van meditatie me iets leerden, was dat ik grandioos mislukte in alles wat ik vooropgesteld had in deze oefening.

Neen, ik werd niet beter, niet geliefder, niet beter gewapend tegen tegenslag, niet minder ontvankelijk voor lijden. Dat laatste zelfs integendeel: het lijden van anderen, van kinderen, van dieren, van de natuur kan mij dwars door mijn ziel snijden, een gevoeligheid die ik vroeger toch veel minder had.

Ik herinner me een van de eerste zitters van onze zengroep, een lieve, waardige, meevoelende dame die nog bij mijn leraar Lathouwers begonnen was en die me, écht in tranen, zei: Ik doe nu al zoveel jaren zen, ik doe echt mijn best maar ik heb nog niets geleerd. Ik blijf mijn oude zelf, met hezelfde korte lontje en dezelfde hebbelijkheden. Of zoals een oude Chinese monnik het verwoordde: “Vele decennia van beoefening, nog steeds hetzelfde oude ik.”

Daar zit je dan. Zijn al die beloften van een schitterende, ongeëvenaarde verlichting zonder vergelijking dan marketingpraatjes? Iets waarvoor ik met tientallen jaren werken in marketing, toch écht wel op mijn hoede had moeten zijn. Ja, maar toch is dat niet einde-verhaal. Ja, maar dat is slechts de helft van het verhaal. Of zoals de dichter Rutger Kopland al in 1972 schreef: wie wat vindt, heeft slecht gezocht.

 

3. De waarde van het uitzicht op de bergtop

Blijkbaar zijn mystieke topervaringen iets voor spirituele topatleten. Let wel: de meeste religies erkennen de waarde van piekervaringen, al heeft elke geïnstitutionaliseerde religie er tegelijk ook een gezond wantrouwen tegenover. De naam voor die piekervaringen doet er minder toe: nu verlichting, ontwaken, het zien van God, het weten dat ik God ben in het diepst van mijn gedachten zoals de dichter Willem Kloos zei in een van de minst begrepen gedichten uit de Nederlandse literatuur. Toegegeven: zulke ervaringen zijn vaak de inzet van spirituele beoefening. Je zou voor minder de lotto willen winnen met zes cijfers in deze spirituele loterij. Maar dat is, zoals gezegd, maar de helft van het verhaal of zelfs nog maar de start.

Luister even naar deze uitspraak van de protestantse mystica Dorothe Sölle: Mystiek is de ervaring van de eenheid en de heelheid van het leven. Mystieke levensbeschouwing, mystiek schouwen is dan ook de onverbiddelijke waarneming van de gebrokenheid van het leven. Lijden aan de gebrokenheid en die ondraaglijk vinden – dat behoort tot de mystiek. God gebroken te vinden in arm en rijk, in boven en onder, in ziek en gezond, in zwak en machtig, dat is het lijden van de mystici. Elders zei ze: Geluk, dat is mijn basisgevoel, dat me draagt. Het is er altijd. De mooiste formule voor geluk is voor mij de mystieke zin: ik ben wat ik doe.

Een andere, onwaarschijnlijke mysticus tegen wil en dank, de Deense filosoof Sören Kierkegaard zei het nog pregnanter: 'Er is veel morele moed nodig om de realiteit onder ogen te zien in haar angst en wanhoop. Maar er is een totaal andere soort moed, een religieuze moed voor nodig om midden in deze angst, in het hart ervan, de vreugde, de genade en de vrijheid te ervaren, om te ervaren dat het onmogelijke mogelijk is.’ Als u één citaat wil dat mijn leraar Ton Lathouwers in het hart geschreven was, dan is het dit wel: 'Er is veel morele moed nodig om de realiteit onder ogen te zien in haar angst en wanhoop. Maar er is een totaal andere soort moed, een religieuze moed voor nodig om midden in deze angst, in het hart ervan, de vreugde, de genade en de vrijheid te ervaren, om te ervaren dat het onmogelijke mogelijk is.'

 

4. Ontwaken is pas het begin

Wellicht heeft iedereen wel eens piekervaringen gehad: als kind, op een onaards mooie dag. En het hoeft heus niet zo dramatisch te zijn als bij de apostel Paulus die onderweg naar Damascus van zijn paard wordt geslagen. Kleiner mag ook en is veel waarschijnlijker. Mooi, goed voor je én en wat nu? Nog lang en gelukkig leven en mooie kinderen krijgen?

Helaas, het leven gaat overanderd door en niet noodzakelijk in de richting die de verlichting uit wees. Het leven gaat door nadat je de bergtop hebt bereikt. Waar ga je je heen vanaf de top van een tien meter hoge paal, is een bekend zengezegde.

Binnen de kortste keren word je uit je spiritele koers geslagen. En je kunt er absoluut zeker van zijn dat er dingen zullen gebeuren die je uit die spirituele gelukzaligheid halen. Je kinderen halen het bloed van onder je nagels; je partner jaagt je door het behang en de beloofde promotie op de zaak gaat naar een ander.

Waar is het zicht op God nu? Dat is de de werkelijke vraag. Ik vraag niet naar vóór de vijftiende van de maand. Kom, zeg iets over na de vijftiende. Elke dag is een goede dag.

Yunmen leert ons, net als de hele zentraditie, dat ontwaken pas het allereerste begin is. Dat het échte werk pas daarna komt.

Let erop hoe we subtiel van het woord 'verlichting' naar het woord 'ontwaken' zijn gegaan en dat is geen toeval. Verlichting is een veel te groot woord met teveel connotaties en verwachtingen.

Ontwaken daarentegen is iets dat je elk morgen, opnieuw moet doen: de ontwaakte staat is in het dagelijkse leven geen permanente staat, laat staan in zen. Gisteren ben je ontwaakt, vandaag ben je ontwaakt en morgen zul je, hopelijk, weer ontwaken. Enzovoort.

Niet dat zen deze ervaring van ontwaken kleineert of als een accident de parcours behandelt. Integendeel, maar zen noemt het kensho, een glimp zien van je ware aard. Een bijzonder waardevolle ervaring weliswaar, maar het begin van het echte gaan van de weg. En dat begint begint op de 15de van de maand en dat en alle volgende dagen blijken goede dagen te zijn, ondanks moeilijke kinderen, een dwarse partner of een gemiste promotie…

 

5. Hoe realiseer je het ontwaken?

Er bestaat niet zoiets als een magische formule om een ervaring van ontwaken tot stand te brengen. Maar bijvoorbeeld het boeddhisme heeft een track record van meer dan 2.000 jaar gedocumenteerde ervaringen van mensen die noteerden wat nuttig was gebleken bij het gaan van de weg en wat integendeel hen van de weg af had gebracht. Er zijn veel nuttige praktijken: van het herhalen van een mantra of het Jezusgebed tot het consumeren van paddo's, maar zen kiest voor de geduldige weg van de meditatie, van aandacht. Gewoon open blijven en opletten, zorgvuldig op. En opnieuw.

Meditatie begint met doen. En opnieuw doen. En opnieuw. Op dinsdag hier en als het kan: thuis, elke dag. Maar een praktijk thuis is allerminst makkelijk. Elke dag een of twee periodes van 30 minuten zitten is moeilijk. De grote Japanse zenmeester uit de 16de eeuw Hakuin zei het al: vijf minuten per dag. Als je de neiging hebt om langer te zitten, doe dat dan. Maar laat vijf minuten genoeg zijn. De toewijding zal natuurlijk groeien na verloop van tijd. Want de praktijk heeft geen onderkant, net zo min als jouw leven, net zo min als mijn leven.

 

6. Zen gaat over het herkennen van onze verhalen

Zen gaat niet allereerst over het verkrijgen of bereiken van de Verlichting, 8 op de schaal van Richter. Het gaat om intimiteit — een intimiteit die niet wordt gecreëerd, maar altijd aanwezig is, als we ze maar opmerken.

We erkennen door onze eigen levendige ervaring dat de basis van onze waarheid, van onze ervaring van de realiteit zelf, niet onze gedachten of onze waarnemingen zijn, maar onze gevoelens van voorkeur en afkeer, van willen en niet willen, dat alles vanuit een selectiviteit die geen recht doet aan de realiteit.

We erkennen en nemen verantwoordelijkheid voor het feit dat onze ervaring van de realiteit een weefsel is dat geweven is van verhalen. Weefsel in het Engels is "a fabric" en dat zegt alles: onze ervaring van de werkelijkheid is letterlijk gefabriekt en net als de vrouw van Odyseus blijven wij constant bezig aan dit weefsel om wat wij overdag weefden 's nachts weer uiteen te halen.

En met een beetje geluk stoppen we met in onze oude trucs te vervallen. We hoeven het alleen maar te merken. Keer op keer. En weer. Let gewoon op. Gewoon... Opnieuw geeft die grote voorvader Hakuin ons een aanwijzing. Laat in zijn leven zei hij: “Op dit moment heb ik een paar dozijn grote ontwakingservaringen gehad en meer kleine dan ik kan tellen. Het maakt niet uit; de praktijk gaat door.” Dat is meteen de kern van onze hele beoefening: de praktijk gaat door.

 

7. Van verhalen over de realiteit tot intiem ervaren van de realiteit

Voorbij de verhalen, het constante gedreun, de emoties en alle ego-gedoe ligt een openheid, een ruimtelijkheid, een intieme aanwezigheid waarin de tienduizend dingen, zeg maar: het leven, zich voortdurend in al hun weerloze aanwezigheid aandienen

Ik hou in dit verband bijzonder veel van de term 'ruimtelijk', de ruimte die altijd om ons heen is, de basis waar het leven plaatsvindt. Zen zou zeggen, de leegte waaruit alles voorkomt en alles weer terugkeert.

Die ruimtelijkheid, die tegelijk ook intimiteit is, heeft niets te maken met 'ik', met 'ik en mijn meningen', met 'ik en mijn voorkeuren en afkeren', met 'ik en alles wat om mij draait'. Op de achtergrond van dat alles is er steeds dat eindeloze perspectief van 'alles is mogelijk'. Wat er ook gebeurt, ik ben 'hier'. Ik ben hier in de stellige zekerheid dat ik op de juiste plek ben, zelfs als mijn leven waardeloos lijkt in de eigen ogen of in de ogen van de anderen. Ook waar het moeilijk is, weet ik dat dít mijn plek is.

 

De weg van zen gaan is het zelf bestuderen

Het zelf bestuderen is het zelf vergeten

Het zelf vergeten is het wegvallen van lichaam en geest

Het wegvallen van lichaam en geest is het verlicht worden door de tienduizend dingen

Van deze verlichting blijft geen spoor en zij gaat eindeloos voort.

 

Over de intimiteit van het verlicht worden door de tienduizend dingen, over deze ruimtelijkheid waarin lichaam en geest weggevallen zijn, over dit mee vibreren met de tienduizend dingen zullen we het in dit komende werkjaar hebben. Ik besluit graag met twee gedichten die dit thema illustreren.

Een eerste gedicht van Nobelprijs-winnares Szymborska gaat over de bodemloze ruimtelijkheid waarin het dagelijkse geploeter rust, een oneindige ruimtelijkheid die, zeer tot haar verwondering, haar stuntelige leven dag in dag uit schraagt en draagt. De improvisaties ze onbeholpen op scene zet bij wijze van haar leven, spelen zich af op een bühne die staat als een huis, met de verste sterren als oneindige scèneverlichting .

Een tweede gedicht is van David Wagoner. Het gaat over diezelfde inimiteit als het échte hier en nu, het échte dus en niet het modieuze 'hier en nu' dat tegenwoordig te pas en vooral te onpas in de mond wordt genomen.

Gedicht 1: Wislawa Szymborska: Leven-terwijl-je wacht

 

Leven-terwijl-je-wacht

 

Het leven terwijl je wacht.

Opvoering zonder repetitie.

Lichaam zonder aanpassingen.

Een hoofd zonder vooropgezet plan.

 

Ik weet niets van de rol die ik speel.

Ik weet alleen dat die rol de mijne is, ik kan ze niet ruilen.

 

Ik moet ter plekke gokken

waar dit stuk precies over gaat.

 

Slecht voorbereid op het voorrecht van leven,

Ik kan nauwelijks het tempo bijhouden dat de actie vereist.

Ik improviseer, hoewel ik een hekel heb aan improvisatie.

Ik struikel bij elke stap over mijn eigen onwetendheid.

Ik kan mijn boertige manieren niet verbergen.

Mijn instincten zijn overdreven theatraal.

Plankenkoorts maakt excuses voor mij, wat me nog meer vernedert.

Verzachtende omstandigheden lijken mij wreed.

 

Woorden en impulsen die je niet meer terug kunt nemen,

sterren die je nooit geteld krijgt,

Je rol als een regenjas die je al rennende dichtknoopt terwijl je vlucht -

de zielige gevolgen van zoveel onverwachte zaken.

 

Als ik maar één woensdag van tevoren kon repeteren,

of één enkele donderdag kon herhalen die voorbij is!

Maar hier komt vrijdag al met een script dat ik nooit eerder zag.

Is dit eerlijk, vraag ik

(mijn stem een beetje schor,

omdat ik niet eens mijn keel kon schrapen terzijde van het podium).

 

Je zou foutief kunnen denken dat dit gewoon een slordige quiz is

Opgenomen in geïmproviseerde decors. Allerminst.

Ik sta op de set en zie hoe sterk alles is.

De rekwisieten zijn verrassend precies.

De machine die het podium draait bestaat zelfs al veel langer.

De verste sterrenstelsels zijn ingeschakeld.

Oh nee, daar is geen twijfel over, dit moet de première zijn.

En wat ik ook doe

zal voor altijd worden wat ik heb gedaan.

Gedicht 2: David Wagoner: Verdwaald

 

Sta stil. De bomen voor je en de struiken naast je

Zijn niet verdwaald. Waar je ook bent, heet het Hier,

En je moet het behandelen als een machtige vreemdeling,

Je moet toestemming vragen om het te kennen en gekend te worden.

Het bos ademt. Luister. Het antwoordt:

Ik heb deze plek om je heen gemaakt,

Als je ze verlaat, kun je weer terugkomen,

zeggend Hier. Geen twee bomen zijn hetzelfde voor de raaf.

Geen twee takken zijn hetzelfde voor het winterkoninkje.

Als je niet begrijpt wat een boom of struik doet,

Ben je zeker verdwaald. Blijf staan. Het bos weet

Waar je bent. Je moet toelaten dat het je vindt.