1. Op zoek naar de os
Met kracht je een pad hakkend door de braamstruiken,
zoek je naar de os;
Brede rivieren, eeuwige bergen, het pad lijkt eindeloos.
Je krachten nemen af, je geest raakt uitgeput maar je kan hem niet vinden.
Er is alleen het zachte geritsel van esdoornbladeren,
en het avondlied van de krekels.
2. Sporen van de os
Langs de rivier, diep in het bos, vind je de sporen;
De geurige grassen achter je latend, bestudeer je de subtiele tekens.
De sporen, plotseling zo helder als de verre hemel,
leiden je de eindeloze bergen in. Er is geen plek waar je iets kunt verstoppen.
3. De os zien
Het gezang van de wielewaal weergalmt in het bos.
De zon is warm, het briesje voelt zacht,
wilgen staan groen langs het water.
De os heeft geen plaats om zich te keren in de braamstruiken.
4. De os vangen
Met buitengewone krachtsinspanning grijp je de os.
Maar zijn wil is sterk en zijn lijf en en al vastberadendheid.
Soms loopt hij hoog in de bergen in,
andere keren verdwijnt hij in de mist.
5. De os temmen
De zweep en ketting kunnen niet opzij worden gelegd.
Anders kan de os weer gaan dwalen in de modderige moerassen.
Maar train je het dier geduldig om je te leren vertrouwen,
dan wordt het zachtaardig en stapt het onbekommerd.
Volgt het uit eigen beweging de weg die jij gaat.
6. Met de os naar huis
De kronkelende weg volgend, rijd je met de os naar huis.
Het wijsje dat je blaast op een rustieke fluit;
doordringt de avondlijke nevel.
Met elke noot, elk wijsje: het gevoel zonder grenzen te zijn.
Aan gene zijde van lippen en mond.
7. De os vergeten
Schrijlings gezeten op de os kom je thuis.
Nu de rust is neergedaald is de os vergeten.
Met de stralende zon hoog aan de hemel, voel je een gelukzalige rust.
Zweep en ketting hangen ongebruikt
achterin je hutje met zijn rieten dak.
8. Voorbij aan de os
Zweep, ketting, het zelf en de os zijn allemaal versmolten.
Er blijft geen spoor.
De uitgestrekte blauwe lucht is niet bereikbaar voor gedachten;
hoe zou een sneeuwvlok zich kunnen handhaven in een razend vuur?
Thuis aangekomen, ben je in overeenstemming
met de Weg van de ouden.
9. Terugkeren naar de Bron
Eenmaal teruggekeerd bij de bron
is de inspanning voorbij.
Het intieme zelf ziet niets buiten zich, hoort niets buiten zich.
En toch, de eindeloze rivier stroomt rustig verder,
de bloemen zijn rood.
10. Naar de markt
Op blote voeten en zonder opsmuk
ga je naar de markt. In vreugde glimlachend,
al zit je onder het stof en zijn je kleren best wel haveloos.
Zonder de minste bovennatuurlijke kracht,
breng je de verdorde bomen tot spontane bloei.
Nederlandse vertaling van de Engelse versie 'Riding the Ox Home. Stages on the Path of Enlightenment' van zenmeester John Daido Loori, Shambala, Boston & London, 2002, naar de eerste editie 'Path of Enlightenment: Stages in a Spiritual Journey, Mountains en Rivers Order, 1999
Onder links: Sengai Gibon (1750-1837), Plaatje van de Os, nr. 6, Met de Os naar Huis
Onder rechts: Plaatje van de Os, nr. 6, schilderij door Yokō Tatsuhiko (1928-2015)
De Plaatjes van de Os, ook wel Plaatjes van de Ossenhoeder genoemd, horen tot de bekendste teksten van de zenliteratuur. De bekendste versie van de ossenhoeder-prenten werd getekend door de 12e-eeuwse Chinese Rinzai zenmeester Kakuan Shīyuǎn, die er telkens een begeleidend gedichtje en een korte inleidende tekst bij schreef. Zijn versie is evenwel niet de enige. Er zijn versies van 6 prentjes, 10 prentjes en zelfs 12 prentjes. Andere versies hebben het niet over een os maar over een olifant (Tibet) of een koe (Indië). Opmerkelijk aan Kakuans versie zijn volgende elementen:
Met kracht je een pad hakkend door de braamstruiken,
zoek je naar de os;
Brede rivieren, eeuwige bergen, het pad lijkt eindeloos.
Je krachten nemen af, je geest raakt uitgeput maar je kan hem niet vinden.
Er is alleen het zachte geritsel van esdoornbladeren,
en het avondlied van de krekels.
Het eerste plaatje is meteen een entrée en matière die kan tellen: vermoeid, verdwaasd, de weg kwijt en de os compleet zoek, geen spoor van te vinden, verzwolgen door de eindeloze grasvlaktes en wouden. Andere vertalingen van het gedicht winden er nog minder doekjes om. Zie bijvoorbeeld de Engelse vertaling van Nyogen Senzaki: In the pasture of this world, I endlessly push aside the tall grasses in search of the bull. Following unnamed rivers, lost upon the interpenetrating paths of distant mountains, My strength failing and my vitality exhausted, I cannot find the bull. I only hear the locusts chirring through the forest at night (In de vlaktes van deze wereld schuif ik eindeloos het hoge gras opzij op zoek naar de os. Langs rivieren zonder naam, verdwaald op de dooreen lopende paden van verre bergen, mijn kracht verzwakt en mijn vitaliteit uitgeput, kan ik de os niet vinden. Ik hoor enkel de krekels tjirpen door het woud in de nacht.)
Lees hier de volledige teisho
Langs de rivier, diep in het bos, vind je de sporen;
De geurige grassen achter je latend, bestudeer je de subtiele tekens.
De sporen, plotseling zo helder als de verre hemel,
leiden je de eindeloze bergen in. Er is geen plek waar je iets kunt verstoppen.
Het eerste plaatje ‘de os is zoek’ toonde een wanhopge mens die het centrale punt in zijn leven kwijt is, die van geen hout pijlen meer kan maken. Radeloos rent hij alle richtingen uit. Moet ik van job veranderen, een nieuwe vrouw nemen, een hond kopen of een moto of een minnares nemen… Het aantal strategieën waarmee wij het lijden tegemoet treden is eindeloos.
Veel van de hedendaagse psychotherapeutische en zelfs medicale industrie lijkt erop gebrand om alle lijden weg te nemen, om komaf te maken met het lijden in tenminste zijn belangrijkste deelaspecten: ziekte en gezondheid, psychisch welbevinden, geluk …
Maar wat als de te volgen marsrichting nu eens precies andersom lag? Niet wég van het lijden, niet naar een hypothetische beëindiging van het lijden maar wel een benadering die het lijden omarmt, die de fundamentele onzekerheid van het leven omarmt en op zijn minst oog heeft voor de alomtegenwoordigheid van dat lijden. Het tweede plaatje bevestigt dat en toont de allereerste subtiele sporen.
Lees hier de volledige teisho
Het gezang van de wielewaal weergalmt in het bos.
De zon is warm, het briesje voelt zacht,
wilgen staan groen langs het water.
De os heeft geen plaats om zich te keren in de braamstruiken.
In het derde plaatje ziet de jongen voor het eerst de os in zijn majesteitelijke grootsheid. Maar het beest zit helemaal verstrikt in de braamstruiken. Wat je van hem ziet, is enkel zijn kolossale achterkant, de pure lichamelijkheid van niet-weten. Maar dit is geen mislukking, geen ramp, geen nederlaag. Kijk maar naar de lieflijke feestelijkheid waarmee de ongetwijfeld kwaad snuivende os wordt omringd: de wielewaal zingt in het bos, er staat een warm zonnetje met een zacht suizend windje, er is water en groene wilgen langs de waterkant. Niet-weten is de plaats waar de geen-antwoorden geboren worden. Als de ziele luistert heeft het al een tale dat leeft.
Lees hier de volledige teisho
Met buitengewone krachtsinspanning grijp je de os.
Maar zijn wil is sterk en zijn lijf en en al vastberadendheid.
Soms loopt hij hoog in de bergen in,
andere keren verdwijnt hij in de mist.
Bij het vierde plaatje moeten de handen pas echt uit de mouwen. Want je kunt best vermoeden dat er zoiets bestaat als een ware aard, een oorspronkelijk gezicht dat we moeten opdelven uit onze illusies of hoe je het verder wilt noemen maar het wordt wel hard werken. Want de os laat zich niet zomaar vangen, laat staan temmen. Hoe komt dat het dat die opdracht zo moeilijk is? De mythologie heeft een aantal verklaringen en ook de wetenschap heeft interessante hypotheses.
Lees hier de volledige teisho
De zweep en ketting kunnen niet opzij worden gelegd.
Anders kan de os weer gaan dwalen in de modderige moerassen.
Maar train je het dier geduldig om je te leren vertrouwen,
dan wordt het zachtaardig en stapt het onbekommerd.
Volgt het uit eigen beweging de weg die jij gaat.
Under construction
De kronkelende weg volgend, rijd je met de os naar huis.
Het wijsje dat je blaast op een rustieke fluit;
doordringt de avondlijke nevel.
Met elke noot, elk wijsje: het gevoel zonder grenzen te zijn.
Aan gene zijde van lippen en mond.
Under construction
Schrijlings gezeten op de os kom je thuis.
Nu de rust is neergedaald is de os vergeten.
Met de stralende zon hoog aan de hemel, voel je een gelukzalige rust.
Zweep en ketting hangen ongebruikt
achterin je hutje met zijn rieten dak.
Under construction
Zweep, ketting, het zelf en de os zijn allemaal versmolten.
Er blijft geen spoor.
De uitgestrekte blauwe lucht is niet bereikbaar voor gedachten;
hoe zou een sneeuwvlok zich kunnen handhaven in een razend vuur?
Thuis aangekomen, bent je in overeenstemming
met de Weg van de ouden.
Under construction
Eenmaal teruggekeerd bij de bron
is de inspanning voorbij.
Het intieme zelf ziet niets buiten zich, hoort niets buiten zich.
En toch, de eindeloze rivier stroomt rustig verder,
de bloemen zijn rood.
Under construction
Op blote voeten en zonder opsmuk
ga je naar de markt. In vreugde glimlachend,
al zit je onder het stof en zijn je kleren best wel haveloos.
Zonder de minste bovennatuurlijke kracht,
breng je de verdorde bomen tot spontane bloei.
Under construction