Fukanzazengi, zo zitten in zazen

De praktijk van onze zensangha heet met een moeilijk woord 'shikantaza', het 'zo zitten in zazen'. Hoewel de uiterlijke vorm inderdaad die van zitten is - op een bankje, een stoel of idealiter op een kussen - waarschuwde zenmeester Dogen ervoor dat zazen 'voorbij zitten of liggen' is. Misschien is het verkieslijker te zeggen dat de essentie van zen 'gewoon bewustzijn' is, onafhankelijk van de uiterlijke vorm. Van 'gewoon zitten' naar 'gewoon bewustzijn' lijkt een grote stap is maar is niets andersgaat veel verder dan dan het verschil tussen de uiterlijke vorm en de innerlijke gestalte. Bij shikanta wordt de geest niet 'vastgemaakt' aan iets:, niet gefixeerd op iets: de adem, geluiden, zintuigelijke indrukken, een raadsel, … Een hedendaags zenmeester als Bernie Glassman (1939-2018) gaat zelfs nog verder en geeft als essentie van shikantaza aan dat je een actieve deelnemer wordt die alles voelt, luistert en obeserveert, zo eerlijk als het is. Zijn 'bearing witness' (getuige zijn) vereist dat je je niet afkeert van pijn, lijden, onrecht of vreugde, maar dat je één wordt met alles wat zich zo aandient. Dat echoot Dogens omschrijving van zen als de dharmapoort van grote rust en vreugde.

Jezelf vergeten

Misschien wel de bekendste woorden van Dogen zijn:

de weg van zen gaan, is het zelf vergeten

Verlichting heeft dus alles te maken met jezelf vergeten. Het gaat er niet om een moreel hoogstaander mens te worden, of een specialer mens of een maatschappelijk geslaagder individu met een hoger ontwikkeld ik of wat je ook maar aan 'wereldlijke' ambities kunt verzinnen. Het gaat om 'jezelf vergeten'. Daarbij gaat het concreet om het autonome, op zichzelf staande zelf, afgescheiden ik dat we constant postuleren om het vervolgens met hand en tand te gaan verdedigen. Door volgehouden shikantaza smelt uiteindelijk de scheiding tussen zelf en wereld, zelf en ander weg waardoor er uiteindelijk ruimte is voor een veel groter beeld van 'zelf' én van de ander die daardoor tegelijk intiemer en mysterieuzer wordt. Of zoals Miaozong, een van de eerste vrouwen in de zengeschiedenis het uitdrukte: "Ieders eeuwige uitstraling verschijnt voor je. Ieder wezen is een afgrond van tweeduizend meter achtduizend voet)".

Klinkt aantrekkelijk, niet? Geen wonder dat de meesten, en daar hoor ik beslist bij, beginnen te oefenen met dit soort transcendent doel voor ogen. Terwijl Dogen, maar ook een 20ste eeuwse vertolker als Kodo Sawaki, erop blijven hameren dat de inspanning er enkel op gericht moet zijn, rechtop te zitten in de formele zenhouding, open en totaal aanwezig. En dat is dat: Kodo Sawaki werd niet moe te herhalen dat zen geen enkel doel heeft en dat de gedachte aan een doel de praktijk van patriarchen bezoedelt. De oefening is, essentieel doelloos: aandacht in het nu, niet-oordelend, alles accepterend. Ik weet niet meer waar het volgende citaat vandaan komt (San Francisco Zen Center?) maar de auteur verwoordt alleszins ongemeen krachtig de essentie van mindfulness of vipassana:

 

Meditatie is heel eenvoudig.

Het is gewoon gaan zitten en je aandacht vestigen op wat er is.

Wat je hoort, hoor je.

Wat je ziet, zie je. Wat je voelt, voel je.

Wat je denkt, denk je. Wat er is, is er.

Hou je aan niets vast en hou niets achter.

Je kunt het niet goed of fout doen.

Je kunt het niet leren of er vooruitgang in maken.

Wat er is, kan op elk moment veranderen.

Kennis en ervaring zijn hier niet relevant.

In die zin kunnen er geen leraren of meesters zijn.

Niemand is een autoriteit over wat hier en nu is.

 

There’s nowhere to go: je hoeft nergens naartoe

There’s nothing to attain:er valt niets te bereiken

And there’s nothing to hold on to: er is niets waaraan je vast zou kunnen houden.

 

Het beeld van de spiegel

Een klassiek beeld dat al in de vroege Chinese zengeschriften voorkomt, is dat van de lege spiegel, niet toevallig de titel van een opmerkelijk boekje uit 1971 van de Nederlandse detectiveschrijver/zenleerling Janwillem van de Wetering (1931 - 2008).

De spiegel is kalm en rustig. Net als kalm en rimpelloos water op een dag zonder wind, wordt alles weerspiegeld. Alles wordt zonder oordeel ontvangen en weer teruggegeven. Er blijft geen spoor van wat was, het water houdt geen herinnering vast aan de passerende wolken of de dieren die aan haar oever dronken. Het spiegelende water heeft geen voorkeuren, koestert geen afkeren; het onvangt alles en houdt niets vast. Dat beeld geldt als kenschetsend voor de soort bewustzijn waarmee men in shikantaza gaat zitten, een bewustzijn waar de tienduizend dingen ongehinderd doorheen vloeien in totale acceptatie, een bewustzijn dat niet wordt aangetast door verlangen, afkeuren en oordelen. Met niemand of niets dat de leuke dingen selecteert, zich afzet tegen het minder leuke dat zich even goed opdringt: de pijn, de vermoeidheid, de weerzin … enz. In deze lege spiegel is tenslotte ook de persoon met zijn gewoontepatronen weggevallen tot er enkel een keuzeloos bewustzijn overblijft.

Enkel maar zo zitten in zazen

Over shikantaza zijn talloze boeken en artikels geschreven, en elke zenleraar heeft er zijn commentaren aan toegegevoegd. Tot de meest gezaghebbende teksten hoort beslist de tekst die Dogen zelf bezorgde ten behoeve van zijn monniken. Toch is het niets dat je kunt leren, is er niemand die er je in kan onderwijzen en is er geen autoriteit die bepaalt wat dit enkel maar zitten zou moeten zijn. Ergo: iedereen moet voor zichzelf ontdekken wat dit rusten in een open, helder bewustzijn betekent. Het enige wat we kunnen doen is wijzen op de omstandigheden die dit zitten kunnen faciliteren. De aanbevelingen die het Zen-centrum Amsterdam in dit verband formuleerde, zijn hierbij een uitstekende leidraad. Dogen zelf vatte het voor zijn monniken zo samen:

• Zoek een rustige plek om te zitten die warm is in de winter en koel in de zomer. Draag comfortabele kleding en zet je lichaam in de houding van de zittende Boeddha, met je benen onder je gevouwen en je ruggengraat rechtop.

• Laat je handen in je schoot rusten met je duimen lichtjes tegen elkaar gedrukt, laat je blik uitvloeien op een plek op de grond voor je zakken, sluit je mond en adem natuurlijk.

• Zit stevig en denk niet-denkend. Hoe? Door niet-denken.

• Vertrouw jezelf. Heb vertouwen in het aangeboren vermogen van je geest om te verlichten wat je nu nog denkt verborgen te zijn. Wat je zoekt, ben je al en je kunt niet anders zijn. Daarop kun je vertrouwen.

Loslaten van lichaam en geest

Dogen hanteert daarbij vaak het beeld van het loslaten van lichaam en geest (actief), het wegvallen van lichaam en geest (passief). Hij had deze ervaring zelf diepgaand beleefd toen zijn meester in het Chinese klooster de slaperige monnik naast hem hardhandig bij de les hield met uitgerekend deze woorden. Ikzelf houd veel van het beeld dat Uchiyama Roshi daarvoor hanteerde: opening the hand of thought, open de hand van gedachten. Een gesloten hand houdt van alles vast, op een open hand daarentegen kun je alles leggen, zonder dat het wordt vastgehouden of ingeklemd. In de geest van de ervaren mens zit een hele schatkamer aan herinneringen, belevingen, waarderingen en afkeren opgeslagen; de geest van de beginner is vooral een onbeschreven blad.

Een waarschuwing evenwel: onze oorspronkelijke natuur, zeg maar: de ontwaakte kwaliteit van de geest, neemt niet toe of verbetert niet door oefening. Onwetendheid of gebrek aan beoefening neemt niets weg van onze oorspronkelijke natuur. Oefening verandert niets aan onze oorspronkelijke natuur. Zij voegt niets toe, neemt niets weg. Zij staat onze oorspronkelijke natuur toe aan het licht te treden. En net daarom is beoefening nodig. Nét omdat we al Boeddha zíjn, nét omdat bewustzijn fundamenteel wakker en grenzeloos is, is beoefening vereist. Maar dat is allerminst een techniek of een methode om te streven naar verlichting maar allereerst de manifestatie of belichaming van de ontwaakte kwaliteit van bewustzijn. Niet wij beoefenen maar de boeddha die wij al zijn, is degene die oefent.

Oprecht en rechtop

In zazen vinden we onze innerlijke en uiterlijke balans. Vanaf de basis van de wervelkolom, stevig 'geworteld' op bankje of kussen, drukken we onze oprechtheid uit. Die lichamelijke component is zeer belangrijk: "Echt zazen is wanneer ons lichaam en geest volledig in balans zijn." (Katagiri Roshi). Wie begint met de beoefening van zazen heeft de neiging er nogal stevig aan te gaan: rechtop te moeten zitten, niets te mogen denken, een ernstige denkrimpel gebeiteld in het voorhoofd enz. Maar in essentie gaat het om het tegendeel: niet in de weg te zitten van de oefening, ze te laten gebeuren, toe te staan hoe ze zich binnen je ontvouwt en in stille kringen om je heen uitplooit. Toe te staan dat de oefening je opent waarbij het openen van het lichaam zijn natuurlijke pendant in het openen van de geest herkent en beiden elkaar echoën. Uiteraard vereist dat een stabiele zithouding met idealiter twee knieën stevig op de grond. En uiteraard kan die houding in het begin wat pijnlijk zijn, wij zijn het nu eenmaal gewoon om in een losse houding gedrapeerd over een zetel te hangen. De tijd dat onderwijzers de zithouding in bank of achter een tafeltje corrigeerden met een rechte lineaal tegen de rug, ligt al heel lang achter ons maar die correctie bevatte wel veel wijsheid.

Denk het niet-denken

Een actieve geest die oncontroleerbaar van hot naar her springt is in eerste instantie niet te vermijden. Niet toevallig hanteert het Oosten het beeld van de aap als symbool van de menselijke geest: altijd actief, onvermoeibaar flitsend van het een naar het andere, nooit rustig. Daarom is het belangrijk om de rust en de stabiliteit te vertrouwen die zelfs onder de meest actieve geest schuilgaan. Denk aan het beeld van de zee, onvermoeibaar golvend maar toch stil en rustig in de diepere lagen. Je moet allerminst proberen die geest met geweld te stoppen. Suzuki Roshi hanteerde daarbij het beeld van de herder en zijn schapen. Geef als herder je gedachten (de schapen) de ruimte, houd ze aan een lange maar losse teugel die zonder spanning in je hand rust. Laat ze rondstruinen maar hou een oogje in het zeil als ze te dicht bij de grond van de afgrond naderen. Probeer dus niet de stroom van gedachten te stoppen maar geef ze de eigen ruimte. Probeer ook niet de richting van de stroom te veranderen door die te binden aan een 'opgelegd thema'. Vertrouw op de lege spiegel waartegen de stroom zich aftekent en waarin ze gaandeweg zal rusten.

Daarmee begint een volgende instructie van Dogen: denk het niet denken. Deze instructie is evenwel al veel ouder dan Dogen en verwijst naar een uitwisseling tussen zenmeester Yakusan Igen en een niet nader genoemde monnik in het 8e-eeuwse China, in de eerste eeuwen dus van het Zen-boeddhisme. Het verhaal gaat als volgt:

Op een dag vroeg een monnik aan Yakusan, nadat hij opstond uit zazen: "Waar denk je aan in de onbeweeglijke, op een berg lijkende staat van zazen?" Yakusan antwoordde: "Ik denk aan niet-denken." De monnik vroeg namens ons allen: "Hoe kan men denken aan niet-denken?" Yakusan antwoordde: "Door niet-denken."

Het lijkt erop dat Yakusan en Dogen na hem, bepleiten dat we zouden stoppen met denken. Maar dat is het helemaal niet: denken en niet denken (zonder streepje) zijn tegenovergestelden van elkaar maar zijn blijven binnen de dualiteit en zijn relatief ten opzichte van elkaar. Denk aan stilte: er is aanwezigheid van geluid en er is stilte als afwezigheid van geluid maar onderin beide is er een stilte die ze allebei ‘draagt': een diepste stilte voorbij geluid en geen geluid. In onze meditatieruimte heeft een nobele onbekende een A4-tje opgehangen met een citaat van Tao Meng (?) "Stilte is niet afwezigheid van geluid. Stilte is de diepste klank." Zo mooi hadden we het zelf niet kunnen bedenken.

Zo ook met niet-denken (met streepje). Bedoeld is een bewustzijnstoestand voorbij het denken, voorafgaand aan én volgend op denken, een onaangedane staat van bewustzijn waar beide, denken en helemaal niet denken, uit voortkomen en terugkeren. Nogmaals: een bewustzijnstoestand zonder noemenswaardige mentale actiteit, anders dan een vriendelijke, ontvankelijke aandacht. Dogen noemde zazen ''totale betrokkenheid bij onbeweeglijk zitten', waarbij we wakker en betrokken zijn, maar voordat er enig commentaar of reactie opkomt. Er is dus geen reden om te vechten met je gedachten of te worstelen met je denken dat niets anders dan een natuurlijk proces van de hersenen. De hersenen produceren nu eenmaal gedachten zoals de maag zuren produceert ter vertering van ons voedsel. Als de geest actief is, laat die dan actief zijn maar bekijk uitsluitend het rustige canvas waartegen deze activiteit gebeurt. Met geweld deze denkactiviteit bestijden, vergroot alleen maar haar kracht en weerspannigheid.

Stop en keer het licht naar binnen

Dogens fundamentele aanbeveling, en niet toevallig ons jaarthema, luidt als volgt: je moet dus stoppen met oefenen op basis van intellectueel begrip, het nastreven van woorden en het volgen van de toespraak, en de stap terug leren die je licht naar binnen richt om jezelf te verlichten.

Zen houdt je voor te stoppen met het zoeken van begrip buiten je - in boeken, in toespraken, in geleerde dissertaties, … Integendeel: de directe en intieme omgang met onze geest vereist dat wij stoppen, ons letterlijk omkeren naar het zelf, als een moederlijke duisternis waaruit onze gedachten, leringen enz. tevoorschijn komen. Wij verstillen in die mate dat de bron van ons bewustzijn als een heldere, open, grenzeloze geest te voorschijn kan treden. Dat is het tegengestelde van wat wij gewoon zijn te doen. Gebruikelijk richten wij de schijnwerper van onze aandacht naar buiten, naar objecten van interesse buiten ons. Niets daarvan in zen: het licht wordt omgekeerd naar binnen, naar de bron van waaruit alles verschijnt. Maezumin Roshi (1931-1995) stelt:

Het licht omdraaien kan door onze aandacht naar binnen te richten op de bron van bewustzijn, het gebruikelijke proces van naar buiten gaan om met objecten in contact te komen, en in plaats daarvan terug te keren naar de bron van bewustzijn, namelijk het bewustzijn zelf. Dus, in plaats van een relatie aan te gaan met de objecten van onze zintuigen of ons denken, bestaat de oefening erin om het bewustzijn terug te keren naar de bron van bewustzijn.

Maezumi Roshi vervolgt: "Het doel van onze oefening... is beseffen ... dat wij intrinsiek, oorspronkelijk de Weg zelf zijn, die compleet en vrij is." Soto Zen benadrukt keer op keer het belang van het loslaten van onze grip op onze gedachten, telkens opnieuw tijdens een periode van zazen. Dus waar we echt naar streven, is flexibiliteit - het vermogen om onze mentale wereld los te laten en telkens weer terug te keren naar de wereld van het heden." Suzuki Roshi vergeleek de geest in zazen met het kijken naar een film. Het projectiescherm is er altijd, of er nu een film speelt of niet. Soms is er een film met kleurrijke beelden, maar zazen is gewoon naar het scherm kijken, ongeacht of er wel of geen beelden verschijnen. Je kunt beter niet betrokken raken in de film die zich op het scherm afspeelt. Belangrijk daarbij is de bereidheid je over te geven, de teugels van het controlerende brein los te laten in het volste vertrouwen van je wezen, van je aanwezigheid in dit ene, onverdeelde moment, ook al voel je daar voorlopig niets van. Vertrouwen is daarbij veel belangijker dan inspanning. Nog even Suzuki Roshi over inspanning: "Strikt genomen is elke inspanning die we leveren niet goed voor onze beoefening, omdat het golven in onze geest creëert. Het is echter onmogelijk om absolute kalmte van onze geest te bereiken zonder enige inspanning. We moeten enige inspanning leveren, maar we moeten ons tegelijk zelf vergeten in de inspanning die we leveren. In dit rijk is er geen subjectiviteit of objectiviteit.... het is noodzakelijk voor ons om onszelf aan te moedigen en inspanning te leveren tot het laatste moment, wanneer alle inspanning verdwijnt. Wanneer we 'onszelf vergeten in de inspanning die we leveren', is er alleen inspanning en is er geen ruimte voor 'mijn inspanning' of 'ik', en zo wordt inspanning moeiteloos."

 

Terug naar Home