We gaan even door met het bekijken van een aantal formele elementen van de praktijk van zen. Een aantal elementen kwamen trouwens al in een eerdere teisho aan bod.
Gaan zitten
Nadat we gebogen hebben naar de zendo, de lege ruimte voor ons en onze mede-zitters van de sangha gaan we zitten. In een aantal zendo's wordt er ook gebogen naar de zitplaats. En dat is geen toeval. Over deze plaats zegt de indrukwekkende Avatamsakasutra:
Dit is de plaats van al degenen, die getekend zijn door liefde en mededogen. Wanneer zij zien hoe andere levende wezens lijden, zijn zij bereid in dit lijden af te dalen, en precies diezelfde pijn te ervaren in zichzelf.
Dit is de plaats van hen die iedereen, hoe diep hij of zijn ook verstrikt is in het web van geboorte, lijden en dood, door waarachtige betrokkenheid en inzet tenslotte totverlichting brengen.
Dit is de plaats van hen, die aangekomen zijn bij het punt, waarop de grote geloften worden afgelegd.
Dit is de plaats, waar alles enkel nog gezien wordt in het perspectief van liefde en mededogen. Dit is de plaats, van waaruit alle wezens uit de oceaan van ontstaan en vergaan worden bevrijd.
…
En zo gaat dat een aantal indrukwekkende verzen door, elke keer beginnend met 'Dit is de plaats'. U leest hier de volledige tekst van deze sutra. Deze Avatamsaka sutra werd tweeduizend jaar geleden geschreven door Shantideva. Hij probeerde vele leringen, bezocht vele meesters maar bleef zich onmachtig voelen. Dit was het niet, dat leidde tot niets en ook daar zat geen blijvend heil in. Hij bleef zich onmachtig voelen. Tot hij ontdekte: dan moet het maar alleen dit zitten zijn. Dít is de plek. Als ik niets anders meer kan, is dit de plek. Opgesloten in een holle bamboe buis, hervindt de slang haar ware aard.
Zitten drukt onze schijnbare machteloosheid uit. Maar let op: deze machteloosheid werkt, ook al voelen of zien we het niet; het werkt. Dit ogenschijnlijk machteloze zitten is een soort van oervertrouwen, dat is geloof. Het is een wonder dat dit kleinste tóch werkt.
Het omdoen van de rakusu
In een aantal zendo's wordt voorafgaand aan het zitten de rakusu omgedaan. Dat is een kleine, vereenvoudigde versie van de kesa, het traditionele, rechthoekige gewaad dat monniken en beoefenaars dragen en dat gezien wordt als de ultieme belichaming van de leer van Boeddha. Het aantrekken van de rakusu wordt begeleid met de gatha (schietgebedje) van de kesa: "Oneindig is het kleed van bevrijding, Vormloos veld van weldaad. Ik draag de leer van de Tathagata, ter bevrijding van alle levende wezens.'
Mijn zenleraar Ton Lathouwers heeft de formele elementen van rakusu en gatha niet weerhouden. Niet dat hij daar een tegenstander van was - hij bezat een mooie Chinese kesa die hij uitsluitend bij zeer formele gebeurtenissen droeg - maar hij was een groot pleitbezorger van leken-zen met grote nadruk op de praktijk van zitten en vond dat er maar niet teveel elementen uit een zeer specifieke monnikenomgeving overgenomen moesten worden.
De houding van de handen
Wie enigszins bekend is met yoga, kent het belang van de lichaamshoudingen of asana's. Onze typisch Westerse opsplitsing tussen lichaam en geest met een overwaardering van deze laatste, rijmt niet zo goed met de praktijk van zen die een praktijk van lichaam/geest is. Vandaar dat een asana meer is dan een fysieke oefening. Het is allereerst ook een meditatieve oefening die fysieke vorm en mentale focus verenigt binnen één enkel juk. Hetzelfde geldt voor de mudra, de houding die de handen aannemen. In onze traditie gebruiken we de kosmische mudra, wel toepasselijk ook de dhyana mudra genoemd. Die gaat als volgt: je legt je handen ontspannen in je schoot of je houdt ze voor de buikstreek onder de navel. Je legt je rechterhand in je linkerhand, de palmen wijzen naar boven. De toppen van de duimen raken elkaar heel licht, alsof er een vloeitje tussen stak. De duimen zijn een goed kompas om op te sturen. Zakken ze, dan ben je wellicht aan het suffen; druk je ze hard tegen elkaar, dan ben je allicht te hard wilsmatig je best aan het doen en bouw je onnodige spanning op.
Dit is meer dan een comfortabele manier om je handen te laten rusten. Deze mudra drukt de essentie van Zen uit. Het samenbrengen van linker- en rechterhand maakt ze tot één mudra maar er is nog steeds het verschil tussen linkerhand en rechterhand. De rechterhand symboliseert wijsheid en bewustzijn, terwijl de linkerhand de illusie van het bestaan symboliseert. Mutatis mutandis: de rechterhand staat voor het absolute, de linkerhand voor samsara, de relatieve werkelijkheid die wij voor de enige werkelijkheid houden.
Het bekende geschrift Sandokai heeft het over de harmonie van verschil en gelijkheid, de eenheid van of "de vele die zich bij de ene voegen". Het is bedoeld om de ware aard van de realiteit en hoe we die ervaren uit te drukken. De titel van het gedicht van Sekito Kisen kan op verschillende manieren worden vertaald: De harmonie tussen het relatieve en het absolute, of Het samenvallen van verschil en eenheid of Vorm en Leegte zijn niet gescheiden of Het Ene én het Vele. De kosmische mudra drukt deze niet-dualiteit lick uit: relatief en absoluut zijn één, licht en donker zijn één, links en rechts zijn één. Maar ze zijn niet hetzelfde. Ze zijn twee kanten van één realiteit, zoals de kanten van een munt. Omhoog en omlaag, goed en slecht, blij en verdrietig zijn ook zo. De zon schijnt zelfs 's nachts. En de maan is er zelfs overdag. De twee kanten van de realiteit zijn altijd hier en in de meditatiepraktijk kun je beide kanten van de realiteit aanraken. Tot zover de kosmische mudra die een fysieke uitdrukking van de zenweg is.
Toevlucht nemen
Aan het begin van elke zitperiode wordt drie keer op de gong geslagen. Het einde van de zitperiode wordt aangegeven met één enkele gongslag. Vanwaar dit onderscheid. De eerste gongslagen drukken ons verlangen uit onze toevlucht te nemen tot de drie juwelen: de Boeddha, de Dharma, de Sangha. Dit is geen kwestie van een smaakbede tot een goddelijke instantie of tot een religieus metafoor. Neen, ze drukken ons engagement uit, onze onvermoeibare inzet om uit te gaan van en terug te keren tot ons verlichte essentie, ons verlichte denken, ons verlichte handelen. De Boeddha is ons lichtend voorbeeld, de Dharma (de leer maar ook de werkelijkheid van de 10.000 dingen), de Sangha is onze dragende gemeenschap. En opmerkelijk: Boeddhan, Dharma en Sangha worden door de meditatie tot één gebracht, drie ingangen tot de dezelfde onbegrensde ruimte. En daarvan getuigt die éne afsluitende slag op de gong. Wij zoeken geen toevlucht tot iets buiten onszelf - goden, heiligen, bemiddelende figuren, … - maar wij nemen eerlijk toevlucht tot ons eigen handelen, denken en onbegrijpelijke zijn.
Zitten
Over het zitten en de eenheid van uiterlijke vorm en innerlijke betekenis handelt een aparte teisho. Ook het meditatieve lopen geeft aanleiding tot een aparte teisho.
De overdracht van verdienste
Aan het einde van elke meditatieperiode, na het geluidsignaal, wordt nog steeds vanuit zittende houding, gebogen vanuit het middel, de geopende handen licht geheven met de handpalmen naar boven. Dit gaat vergezeld van de (stilzwijgende) gatha: hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden. Deze overdracht van verdienste (ekō, Jp) spreekt de wens uit om alle verdienste die dit zitten (maar ook het zingen van de sutra's) heeft, toe te wijden aan de anderen: zieken, gestorvenen maar in zijn breedste perspectief, alle levende wezens uit verleden, heden en toekomst. Vandaar ook de geopende 'lege' handen: wij kunnen geen enkele verdienste claimen als de onze, er is geen verdienste aan onze goede daden die wij als de onze kunnen claimen. Deze mentale overdracht van verdienst komt ook heel uitdrukkelijk aan bod in de 'Toewijding van de sesshin' waarover zo meteen meer. Maar wat wordt er uiteindelijk overgedragen? Zen is daar heel duidelijk over: er is niemand die geeft, niemand die ontvangt en niets dat gegeven wordt. Niet iets tastbaars "ding", maar eerder de positieve energie, wijsheid en gunstige uitkomst van een oprechte praktijk. Lees beslist de sutra over de Toewijding. Dezelfde thematiek komt uiteraard ook in bod in de Gelofte aan de mensheid waaraan we apart een teisho zullen wijden.
Toewijding van de sesshin
Aan het einde van de sutradienst tijdens een één- of meerdaagse meditatie wordt traditioneel de Toewijding van de sesshin geciteerd door de zenleraar. Persoonlijk vind ik dit één van de mooiste teksten in de traditie die het oneindige perspectief van de zenweg uitdrukt. Daar valt niets aan af te doen en ook niet aan toe te voegen. Vandaar dat ik mij onthou van elke commentaar.