2. Niet weten
(ter gelegenheid van Boddhidarma Day, 5 oktober)
2.1. Niet weten
De Amerikaanse zenleraar Vanessa Zuise Goddard, momenteel werkzaam in Panama, vertelt hoe ze tijdens een verloren moment in haar sabbatjaar als studente, op een goedkope Parijse hotelkamer een boekje over zen vindt. Opmerkelijk want het enige wat je daar normaal vond, was een goedkope editie van de bijbel. Omdat ze toch niets beter te doen had, leest ze het boekje en raapt wat kussens en donsdekens bij elkaar en gaat zitten in de aanbevolen volle lotushouding. Een heel pijnlijke ervaring maar zelfs tijdens die eerste pijnlijke zit werd haar duidelijk dat ze dit zou blijven doen. Waarom wist ze niet maar vooral dit niet-weten is fundamenteel gebleken voor haar levenslange praktijk. Of zoals ze zelf zegt:
Ik had toen niet kunnen verklaren waarom ik dit met zo'n zekerheid wist. Het is niet zo dat ik visioenen had terwijl ik zat, noch enige vorm van transcendentale ervaring. Ik telde gewoon mijn adem en worstelde om het goed te doen. Maar zelfs bij die eerste korte poging voelde ik het enorme potentieel dat verborgen zat in de ruimte tussen mijn gedachten. Een fractie van een moment was ik in staat om in die stilte te rusten, en een deel van mij voelde intuïtief aan dat als ik maar mijn weg terug naar die ruimte kon vinden, ik toegang zou hebben tot een niveau van vrede waar ik altijd naar had verlangd, maar zelden had aangeraakt. En dus stond ik de rest van mijn reis elke ochtend op om voor mijn ochtendtraining te gaan zitten, nog steeds niet wetend wat ik aan het doen was, maar niet in staat om mezelf te stoppen. Ik moest gaan zitten. De rest, vertrouwde ik, zou zich gaandeweg ontvouwen. [lees hier een volledig relaas van Vanessa Goddard over het begin van haar zenweg)
En laat vooral dit niet-weten in één adem vereenzelvigd worden met Boddhidharma, de Indische zenmeester die naar de legende het wil, de zenweg naar China bracht.
2.2. Boddhidharma
Volgens de legende werd Bodhidharma rond het jaar 440 geboren in India. Hij was een brahmaan, maar bekeerde zich tot het boeddhisme en werd de leerling van Prajñatara. In opdracht van deze laatste vertrok Bodhidharma naar China.
China was in die tijd verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk rijk. Rond 520 werd hij uitgenodigd aan het hof van keizer Wu Ti van de Liang dynastie. Deze vertelde Bodhidharma over de talloze goede werken die hij had verricht, en vroeg welke verdiensten (in een volgend leven) hem dit zou opleveren. "Geen verdienste" was het antwoord. Daarop wilde de keizer weten wat dan de heilige waarheid van het boeddhisme was. "Grote leegte, niets heiligs aan", was daarop het antwoord. Ten slotte vroeg de keizer wie er dan voor hem stond. “Niet weten", antwoordde Bodhidharma, en vertrok.
In deze korte dialoog wordt de essentie van de Mahayana-leer verwoord. Niet goede daden maar inzicht leiden tot verlossing. De essentie van het bestaan is Sunyata, leegte, het ontbreken van onveranderlijke essenties. En in essentie kunnen we niet weten wie we zijn, en zijn we exponent van een groot "niet-weten".
Volgens de overlevering trok Bodhidharma zich terug op de Berg van het Berenoor in het Sung gebergte, waar de Shaolin tempel gevestigd was en zat negen jaar voor een blinde muur. Deze meditatie-methode staat bekend als Dhyana, concentratie-meditatie. Het woord Ch'an is hiervan afgeleid. Een andere legende, of mythe zegt dat Bodhdharma de thee heeft uitgevonden. Ook de oosterse krijgskunsten worden naar hem teruggevoerd. Volgens de latere overlevering trof hij de monniken van het Shaolin klooster in fysiek slechte staat aan. Zij deden weinig anders dan mediteren en waren daardoor fysiek niet erg fit. Bodhidharma maakte daar een einde aan door een krijgskunst te introduceren als middel om beter aan de fysieke eisen van het mediteren te kunnen voldoen. Bodhidharma zou zijn overleden na te zijn vergiftigd door een jaloerse monnik.
(Bron: Wikipedia).
2. 3. De mythe van Boddhidharma
De histiorische Boeddha centreerde zijn leer vooral rond de beëindiging van het lijden door het einde van lalle gehechtheden. Dat resulteerde in het ideaalbeeld van de arhat. De arhat staat dan voor de mens die een definitief einde gemaakt heeft aan haat, hebzucht en onwetendheid en bovendien alle karma uitgewist heeft waardoor er geen wedergeboorte meer komt in de wereld van iullusies (samsara). De arhat heeft de verlichting gerealiseerd en verblijft in een toestand van zegening voorbij alle verdriet en lijden (nirvana). De figuur van de arhat geldt als culminatie van de theravada-traditie.
Omstreeks het begin van de christelijke tijdstelling ontstaat evenwel een radicale cesuur in de boeddhistische traditie. Naast en soms ook tegenover de heersende theravada-traditie komt het Mahayana boeddhisme die stelt dat niet de strijd tegen de gehechtheden centraal moet staan maar de ervaring van leegte. Zelf en werkelijkheid zijn in essentie leeg. Integendeel, er is een onophoudelijke genese vanuit de oorspronkelijke geest. De ideaalfiguur van het Mahayana is de boddhissattva die de brandende wens koestert het welzijn van alle voelende wezens te realiseren. De verlichting geldt daarbij niet als een einddoel maar is eerder instrumenteel om het welzijn van alle levende wezens te kunnen realiseren.
Boddhidharma voegt daar een betekenislaag aan toe. Hij maakt komaf met de scheiding tussen enerzijds prajna (wijsheid als resultaat van het bestuderen van de sutra’s) en anderzijds dhyana (meditatie). Boddhisharma stelt dat prajna dhyana ís. Het gaat om een inzicht los van de geschriften, van hart tot hart, rechtstreeks verwijzend naar de hartgeest. Er is helemaal niets te bereiken : de werkelijkheid is één grote boeddha baarmoeder: het universum boeddhanatuurt en in meditatie boeddhanaturen wij mee.
2.4. Niet weten
Gevraagd door keizer Woe wie hij is, antwoordt Boddhidharma: niet weten. Hij zegt dus niet dat hij het niet weet - dat doet ie uiteraard wel - maar dat zijn essentie, zijn herkomst en doel ’niet weten’ ís. We proberen altijd te weten, maar het is niet weten dat onze ware moeder is. We kunnen wel proberen uit te breiden wat we weten en te werken met wat we weten, maar alles wat essentieel is; komt voort uit die onkenbare plek van niet-weten.
Waar komen onze ideeën vandaan? Hoe zit het met onze artistieke creaties? En hoe weten we waar we van houden? Een manier waarop we ontdekken waar we van houden, is dat kleine stukjes van het universum tot ons spreken. De stukjes hoeven niet eens mooi te zijn - een hoek van een gebouw, een stukje lucht, het ritme van de voeten van een kind dat rent - elk stukje leven is voldoende, en wat deze kleine stukjes aantrekkelijk maakt, is volkomen mysterieus.
Serendipiteit is hier een nuttig idee. Serendipiteit is het gelukkige toeval waarbij men iets onverwachts en bruikbaars ontdekt, terwijl men op zoek was naar iets totaal anders. Je vindt door toeval en aandacht dingen waar je niet naar op zoek bent. De aandacht geldt het aandienen van een realiteit waar je niet naar zocht. De Amerikaanse zenleraar John Tarrant stelt onomwonden: 'Als je vindt wat je zoekt, ben je nog steeds een vertrouwd persoon in een vertrouwde wereld, die routinematige dingen doet. Stilte en bewegingsloosheid zijn daarom aangewezen omdat ze de geest tot rust laten komen totdat de juiste manier van handelen zich vanuit het niets aandient. Als ik stil ben, openbaart het leven zich aan mij, en wie ik ben, begint te veranderen en zich te openen. Als ik vind wat ik niet zoek, word ik zelfs voor mezelf onbekend. Als we geen dingen doen om iets te verwerven, we de wereld niet manipuleren om dingen te krijgen of mensen manipuleren om liefde te krijgen, dan leven we gewoon en verschijnt er vrijheid. Mensen noemen zitten in stilte 'meditatie', maar meditatie is eigenlijk gewoon luisteren naar je leven. Je sluit je aan bij de krachten van serendipiteit door uit de weg te gaan staan. Te midden van het doen is er een manier van niet-doen. Er zit stilte en wachten in.
Elk leven is compleet, maar soms is het moeilijk om het zo te laten zijn. Het is de vreemdste, moeilijkste waarheid dat het leven ons geeft wat het ons geeft, zonder rekening te houden met onze bedoelingen, onze vriendelijkheid of onze toewijding. We kunnen elkaar vergezellen op onze reizen, maar er is geen echte bescherming en er is niets dat we kunnen weten of vasthouden. We zinken altijd in de oceaan, en hoewel onze plannen deel uitmaken van het leven, beschermen ze ons er niet tegen. En te midden van deze naaktheid kunnen we thuis zijn. Er is geen leven zonder gaten. Voortdured stromen het sterrenlicht, de wind en de zee door ons heen. De kleine stukjes, de bezienswaardigheden en geluiden die verschijnen, elk komt voort uit het niet-weten en bevat al het leven. Het is van ons, het is voor ons en als we "Nee" zeggen tegen een deel van het leven, sijpelt dat "Nee" geleidelijk in alles door.
2.5. Tot slot:
De Japanse zenmeester Kodo Sawaki (1880 - 1965) citeert een vers van Ninomiya Sontoku (1787- 1856) :
Zonder geluid, zonder geur,
reciteren hemel en aarde
onophoudelijk de soetra
die nergens geschreven staat.
Laat er geen misverstand over bestaan: soetra’s zijn voor het boeddhisme heilige geschriften. Wanneer deze bekende landbouwhervormer uit de Edo-periode het reciteren van hemel en aarde een ongeschreven soetra noemt, raakt hij aan het heiligste. Het hele universum, jij en ik niet uitgezonderd, reciteert deze soetra en de soetra reciteert ons. Een enkele soetra omvat de gehele hemel en aarde. Gratia per gratiam, genade om niets gegeven. Gods gaven worden om niets gegeven, zij hoeven niet verdiend (Thomas van Aquino). Of zoals Boddhidhamara zou beamen: niets geen verdienste.
Het bovenstaande klinkt tegelijk vreemd en zo vertrouwd. Vandaar dat ik graag besluit met een gedicht van Fernanco Pessoa van wie het hele werk een uiterst boeiende illustratie is van wat hierboven stond en wat ik graag herhaal: 'De stukjes hoeven niet eens mooi te zijn - een hoek van een gebouw, een stukje lucht, het ritme van de voeten van een kind dat rent - elk stukje leven is voldoende, en wat deze kleine stukjes aantrekkelijk maakt, is volkomen mysterieus'. Het gedicht dus:
Zij kwam, Fernando Pessoa
Zij kwam, glimlachend, elegant,
De voetstap ongehaast en licht,
En ik, die voel met mijn verstand,
Maakte meteen 't juiste gedicht.
Ik spreek daarin niet over haar
Noch ook hoe zij, volwassen kind,
De hoek omsloeg van gindse straat,
Hoek waar de eeuwigheid begint...
In het gedicht spreek ik van de zee,
Beschrijf de golven en de pijn.
Herlezend zie ik een van twee:
De hoek - ofwel de waterlijn.
(14.8.1932)